Kussen

We kennen de ervaring van de begroeting. En bij het afscheid herhaalt het zich. Eén, twee, drie en er zijn zelfs diehards die vier keer kussen. Iets té misschien? Is dat nou zo erg dat kussen? Niet als je mensen kust die je aardig vindt of waar je van houdt. Graag zelfs. Hoewel je ook bij een grote kring van geliefden, laten we zeggen een stuk of dertig, moet oppassen. Dertig geliefden maal drie bij de begroeting plus dertig maal drie bij het vertrek maakt 180 kussen! We bevinden ons dan in de gevarenzone. De tedere kus wordt routineklus.

Zoals een zeer bekende Nederlander ons leerde: elk nadeel heeft zijn voordeel. Zo heeft corona ons ook inzichten opgeleverd. Een daarvan is dat als iets leuks verplicht is, het minder leuk wordt. Voor de pandemie kusten we wat af. Het was een sociaal ritueel. We lustten er wel pap van. Maar waren we doorgeslagen? Elke dag een gebakje is misschien te veel van het goede. Tijdens corona werden we op rantzoen, pardon rantsoen gezet. Daardoor leerden we de kus extra waarderen. We smachtten naar de kus omdat de kus schaars was geworden. Maar de herwaardering van de kus kent grenzen.

De meesten van ons maakten als kind wel eens mee dat een tante of oom op je afkwam om je een vette kus te geven. ‘Geef tante eens een kusje?’ Nou dat viel soms niet mee als ze vieze tanden had of lippen vol spuug. Maar goed, op zich mocht je haar en het was voor een goed doel, dus sloot je de ogen en deed het. Twee seconden doorzetten en daarna stiekem afvegen. Stel je voor dat je in deze tijd kind bent en je zou vier zoenen krijgen van zulke lippen. Dat is toch andere koek.

Maar echt erg wordt het als mensen die elkaar voor de eerste keer van hun leven zien elkaar ook al tig keer gaan kussen.

Met mijn dochter ging ik ooit een dagje naar Scheveningen. Van het Kurhaus langs de boulevard richting Katwijk. Het is koud maar zonnig. Heerlijk wandelweer. Voor de Wassenaarse slag steken we de duinen in. Van een hoge duintop genieten van een oer-Hollands landschap. Na een pannenkoek in boerderij Meijendel keren we terug. Voldaan maar bekaf zoeken we ’s avonds naar een uitspanning om wat te eten. Een lange slentertocht begint. Hier is alles bezet, daar zijn de prijzen onbetaalbaar. Bij een jazz grillbar lijkt het gezellig en zien we zowaar wat lege plekken. Eenmaal binnen staan we te midden van een druk amicaal gezelschap. Een soort receptie en iedereen staat elkaar te kussen. Komen ze net of gaan ze weg? Een dame met shawl en paarsgestifte lippen stapt recht op mij af, zeggende: ‘ik ga ervan deur heur, het was reu-ze ge-zál-leg!’ Te laat, ze smakt me vol op de wang en daarna op de andere. Ken ik deze dame echt niet?  Ze zoent zo vol passie en overgave. Weer ben ik te laat, want ze herhaalt het ritueel en kust me opnieuw op beide wangen. Nadat ze me heeft gekust, gunt ze me geen blik meer waardig en lost op in de menigte.

Ja, kussen is fijn. Maar één keer is mooi zat. Zullen we dat afspreken voor na de pandemie?

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.