Vrijheid

17 en 18 september 1944 landden duizenden geallieerde jonge mensen bij Ede en Wolfheze om de vrijheid te bevechten op de Duitse bezetters. Ook de bezetters waren mensen, hoewel je dat door alle oorlogsverhalen en -films wel eens geneigd bent te vergeten. Wat bezielt mensen om in oorlog met elkaar te raken? Wat vaart er in mensen om elkaar pijn te doen? Om geweld te plegen?  De sprong van de grote politiek naar de kleine wereld is niet zo groot als het lijkt. Want uiteindelijk heb je als leider van een natie gewone mensen nodig om met je leger op te trekken tegen een andere natie. Als puntje bij paaltje komt haalt een gewone man of vrouw de trekker over. Of steekt met een mes. Of steekt een auto in de fik.

Mijn vader heeft me vaak verteld over die illustere datum. 17 september 1944 zat hij ondergedoken boven een varkensstal bij een dapper Achterhoeks boerengezin. Het gonsde van de geruchten: de Engelsen zijn geland bij Ede. Parachutisten. De hele lucht hing er vol mee. Ze komen. 

Ze kwamen niet de Achterhoek bevrijden. Tenminste, toen nog niet. Dat gebeurde pas in april 1945 door de Canadezen. Wel lukte het de geallieerden om op te rukken tot de grote rivieren zodat zuidelijk Nederland eerder de herwonnen vrijheid proefde. In de Achterhoek en in de rest van noordelijk Nederland verhardde het Duitse regiem juist sinds de Slag om Arnhem. Hongerwinter en schrikbewind lieten diepe littekens na in de nationale ziel.

Ondanks die nieuwe ellende van het laatste oorlogshalfjaar is de dankbaarheid groot. De meeste Nederlanders zijn de geallieerden levenslang dankbaar voor hun offers. Je zult er maar staan als jongeman van 20. Opgevouwen parachute op je lijf, wapens bij je. Woedende wind slaat in je gezicht. Het gebulder van het transportvliegtuig dat je bracht van Zuid-Engeland naar Ede. Een gapend gat onder je, de Ginkelse hei – plek van strijd, start van glorie of eindpunt van jouw leven, of…  Wat is erger: sterven of gewond raken? Go!

Zij deden iets wat anderen zelden doen of kunnen opbrengen. Vechten voor de vrijheid van een ander. Niet voor je moeder, niet voor je broer of zus, niet voor je kind, nee, je waagt je leven voor iemand die je niet kent.

Verreweg de meesten van ons hebben die oorlogstijd niet meegemaakt. We kennen de oorlog uit overlevering, boeken en films. Maar we weten wat oorlog is. Kunnen het ons voorstellen. Beseffen wat vrijheid is. Want die hebben we nu. Maar kunnen we ons voorstellen wat het is om die te verliezen? Sommigen zien in de maatregelen die de overheid neemt om de coronapandemie te bestrijden een parallel. De overheid pakt onze vrijheid af, vinden zij. Ik ben helemaal niet ziek, word dat waarschijnlijk ook niet. Ik hoef ook geen vaccin, dat is slecht voor mij. Dus laat me met rust. Kom niet aan mijn vrijheid, zo is de gedachte.

Ik denk dat de oorlog niet te vergelijken is met de pandemie. De nazi’s waren mensen die onze vrijheid inperkten. Het coronavirus is een natuurverschijnsel waarmee alle mensen te kampen hebben. Nu kun je beweren dat dat virus bewust is gemaakt door leiders om de mensen te overheersen. Maar dat is zolang die bewering niet is bewezen een complottheorie. En van die onbewezen theorieën hadden we er al te veel.

Een vrij land is heerlijk om in te wonen. Vrij om te denken en te zeggen wat je wilt. Te doen wat je wilt mits je rekening houdt met de vrijheden van anderen. We mogen en moeten leven met de anderen, want de anderen lijken meer op elkaar dan dat ze verschillen. De ander ben jij, en ik ben voor jou de ander. We prefereren vrede boven oorlog. We willen geen geweld. Een auto in de fik steken voor de lol is een belediging van de vrede. Alsjeblieft, vrije mens, wees lief voor de vrede.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.