Vechten voor een schoon milieu of tegen windmolens?

Elk jaar overlijden in ons land 12.000 mensen vroegtijdig door vervuilde lucht. Een miljoen longpatiënten hebben last van luchtvervuiling. Stikstofdioxide en fijnstof zijn onzichtbaar, maar we ademen ze wel in. Schade door luchtvervuiling kan al worden opgelopen in de baarmoeder. Dit alarmerend nieuws is te lezen in Ede Stad, die Herman Vijlbrief, woordvoerder van het Longfonds citeert. Op de schaal van Ede betekent dit dat in onze gemeente jaarlijks enkele tientallen mensen door luchtvervuiling vroegtijdig overlijden. En dat enkele duizenden Edenaren hieraan lijden in hun woonomgeving.

Er is soms misverstand bij gasten uit een andere regio die mij bezoeken. ‘Jij woont op de Veluwe, dus de lucht die jij inademt is superzuiver.’ Nu mag ik niet klagen over onze luchtkwaliteit. Hoewel? In het bovenvermelde artikel wordt ook duidelijk dat de Edese lucht weliswaar schoner is dan de Rotterdamse, maar nog lang niet voldoet aan de normen voor schone lucht. Die normen zijn opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie en die worden door Ede niet gehaald. Omdat ik het geluk heb gezonde longen te hebben, klaag ik niet. Maar Edenaren die lijden aan luchtwegaandoeningen mogen wel klagen.

Waar komen die gevaarlijke uitlaatgassen vandaan? Stikstofdioxide komt van centrales, industrie en uit brandstofmotoren van weg- en luchtverkeer. Fijnstof is een bijproduct van veeteelt. Ook bij houtstook ontsnappen ongezonde stoffen. Nu gebeurt er al best veel om de luchtkwaliteit te verbeteren. Motoren zijn schoner geworden, en veel veehouderijen monteren luchtwassers om de uitstoot van ammoniak, geur en fijnstof te beperken. Maar er moet meer gebeuren, en in een sneller tempo. Want niet alleen willen we een schonere lucht voor de mensen, we willen ook de natuur beschermen. Én we willen minder afhankelijk worden van olie en gas, zeker uit landen die de mensenrechten met voeten treden. Dus moeten we energie opwekken uit zon en wind.

Dan is het wat wrang om in dezelfde Ede Stad te lezen dat er heftig verzet is tegen de komst van nieuwe windmolens naar Ede. Bewonersgroepen en de gemeente Veenendaal hebben bezwaren. Op dit moment staan er in Ede slechts twee grote windturbines, wat niet veel is voor zo’n flinke plaats.  De gemeente heeft nu 19 locaties langs de A12 en A30 geschikt bevonden voor het plaatsen van windturbines. Protest is gerechtvaardigd als plaatsing tegen de heersende normen zou gaan. Slagschaduw en geluidsoverlast voor naburige bewoners moeten natuurlijk zoveel mogelijk vermeden worden. Zoals we ook doen bij vliegverkeer en bij plaatsing van warmtepompen. Zo krijg je de wind mee, in plaats van tegen.

Het tegenargument dat windturbines de horizon zouden vervuilen vind ik wat vergezocht. Langs vele dijken in ons land zijn ze inmiddels verrezen en ze schikken zich op natuurlijke wijze in het landschap.  Er staan talloze hoogspanningstorens in Nederland en daar klagen weinig mensen over. Het is ook een kwestie van wennen. Niet alleen gewend maar zelfs verslaafd zijn we geraakt aan de fossiele economie. Razende snelwegen, vervuilende veeteelt en rokende pijpen. Het is op lange termijn beter voor onze gezondheid en onze natuur dat we de economie en landbouw gaan verduurzamen. Laten we ons best doen windturbines niet als onze vijanden te zien, maar als onze vrienden. Dat betekent dat de overheid moet waarborgen dat ze op dragelijke afstand blijven van haar burgers. Dan hoeven die ook niet meer met getrokken zwaard of geslepen pen ten strijde te trekken tegen elke windmolen.     

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.