Mijn naam is haas, denkt de gemeente

450 huizen komen erbij in Kernhem B – west. De gemeente liet veldonderzoek doen of er beschermde marters roet in het nieuwbouwgerecht konden gooien. Wildcamera’s hadden geen bunzingen of hermelijnen gespot, dus het bouwen kan beginnen. Maar in een voetnoot in het Edestad artikel lezen we dat de haas wél is gespot. En is die onbeschermd? Toevallig weet ik: de haas staat op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten.

Soms is het nodig om bouwplannen te staken vanwege natuurbescherming. Toen schuin tegenover ons huis een oude villa werd gesloopt om plaats te maken voor een appartementencomplex, maakte ik bezwaar. Vooral tegen de manier waarop. Met grof geweld trokken bulldozers midden in de lente bloeiende planten en struiken uit de grond. In die tuin had ik de dag ervoor nog nestelende zanglijsters gezien. Ik stak over, liep naar de mannen toe en het kwam tot een gesprek. Half beteuterd zeiden ze dat ze geen nestje hadden gezien.  

Voorstanders van de Edese bouwplannen uit de Omgevingsvisie zullen met zweet in de handen de uitslag van het veldonderzoek hebben afgewacht. Als zich een boommarter, hermelijn of korenwolf zou hebben blootgegeven, dan kon deel 1 van de Omgevingsvisie de vriezer in. Dus wat een opluchting toen de natuurbeleidsmensen niets van dat beschermde spul aantroffen op de beelden van de geplaatste wildcamera’s. Natuurlijk werden alle geziene dieren netjes genotuleerd: huisspitsmuis, gewone bosmuis, bruine rat, winterkoning, koolmees, merel en… haas. Men lette op de marter, maar rekende buiten de haas. In het natuurprogramma Vroege Vogels werd recent nog uitgebreid bericht over de bedreigde status van dat lang geoorde zoogdier dat vroeger zo algemeen weiland en akker bevolkte. En daarom is de soort op de Rode Lijst geplaatst. Die haas krijgt dus een staartje.

Als de democratie groen licht geeft voor een bouwplan in een bepaald gebied dan zal daar natuurlijk gebouwd moeten worden. Maar met de nadruk op natuurlijk. Dat houdt in dat er zo weinig mogelijk medewezens – dieren, planten – onder lijden. Dus geen kap van houtwallen, zeker niet rond bloei-, paar- en broedtijd. En niet ten koste van broedplaatsen of leefgebied van beschermde of bedreigde dieren. Dat is niet alleen in het belang van patrijs, vleermuis, egel of haas. Mensen moeten de natuur kunnen ervaren, ruiken, aanraken zelfs. Erdoor geraakt worden. Je moet er toch niet aan denken dat opgroeiende kinderen in nieuwbouwwoningen straks een haas alleen kennen van de paasetalage? Of uit sprookjes? Die horen ze natuurlijk te kunnen zien rennen door het veld achter hun nieuwbouwwijk. Zoals ze de stekels van een levende egel af en toe zelf moeten kunnen voelen. Of vanuit hun bed de geheimzinnige roep kunnen horen van de bosuil. Ze hebben aanraaknatuur nodig.

Toch even oprakelen dat tijdens een eerdere bouwgolf op Kernhem een hele dassenburcht werd weggemoffeld. De angst was dat eerlijk melden van de vondst van dassen het bouwplan zou vertragen. Dus werden de dassen stiekem gevangen en elders losgelaten. Geen voorbeeld van natuurbeleid een groene gemeente waardig. Nu er is vastgesteld dat er een haas is aangetroffen in het recente bouwplan, is er een gerede kans dat de gemeente haar kop in het zand zal steken. Dat men zal denken: mijn naam is haas. Laat de gemeente zich niet opnieuw voordoen als struisvogel of haas. Dus alle hazenlegers netjes ongemoeid laten. Daar hebben de nieuwe Kernhem-west kinderen straks ook veel plezier van.

1 thought on “Mijn naam is haas, denkt de gemeente

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.