Jachtzin

Enkele weken geleden was de jacht veel in het nieuws.

Een jachtopziener op de Hoge Veluwe legde uit dat zijn collega’s en hij maatregelen moesten nemen tegen de varkenspest. In een bijzin vertelde hij dat ze ooit een poging hadden gedaan om de Veluwe ‘leeg te schieten’ om uitbraken van veeziekten te voorkomen.

Het was niet gelukt.

De commotie rond de Oostvaardersplassen is zo langzamerhand een vast nieuwsitem.

Je hebt voor- en tegenstanders van ’s winters bijvoeren,

voor- en tegenstanders van afschieten,

van stoppen met bijvoeren én stoppen met afschieten,

van ’s winters bijvoeren én afschieten,

van ’s winters bijvoeren én stoppen met afschieten…

Het rijtje kan naar believen worden aangevuld, maar er is 1 algemene consensus: WIJ hebben gelijk en ZIJ hebben ongelijk.

Het opmerkelijke is dat veel jagers claimen het Oer Recht aan hun zijde te hebben. Ze schieten niet af, ze doden niet, nee, ze beheersen, ze beheren. Na grondige analyse van het terrein gaan ze op pad en via een rentmeesters algoritme goedgekeurd door Moeder Natuur Zelve mikken ze feilloos scherp met een doelgericht beheersschot het betreffende overbodige en evenwicht verstorende hert, zwijn, haas of vos pijnloos naar de eeuwige jachtvelden.

Ze geloven er zelf wel in.

Anderzijds is het ook van de zotte dat je als natuurminnend mens zover gaat dat je balen hooi als zijnde bijvoer voor herten over hekken van nationale parken gooit en tegelijkertijd niet openstaat voor het indammen van de ingeklemde uitdijende hertenpopulatie, of zelfs zover gaat dat je met stenen smijt naar boswachters die hun werk moeten doen.

Onlangs presenteerde Tijs van den Brink een reportage over de jacht. Hij sprak met voor- en tegenstanders, ging mee het veld in zowel met jagers/beheerders als met actievoerders tégen, at zelfs hertenbiefstuk en moest met lange tanden bekennen dat het smaakte. In de slotscène zat hij met een vrouwelijke beheerder – een beheerster –  in een jachthut, de hele nacht lang. Af en toe kwam er een medeschepsel voorbij. Een ree – ‘nee’, zei de beheerster, ‘dat is te jong’. Een zwijn. ‘Nee’, zei de beheerster, ‘dat heeft biggetjes’. Tegen de ochtend appte de smartphone: een collega had elders wél iets geschoten. Zij erheen. Even later knielden ze bij een tweejarig mannetjes edelhert. Ter hoogte van het hart een rood kogelgat. De beheerster kroelde met bijna moederlijke tederheid door de vacht van het nog warme dier. De mooie maar gebroken bruine ogen van het hert staarden Tijs aan. Hij mompelde:

‘Ik krijg hier gemengde gevoelens van.’

Heeft jagen nou echt zin of is het de lust van een kleine kring?

 

 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.