Eventitis

Aan het eind van elke zomervakantie trekt er een jolige stoet door mijn straat. Ik hoef niet op te staan uit mijn stoel om te weten wat daar te zien is. Toch doe ik het voor Het Evenement. Koninginnen in een cabrio gevolgd door prinsesjes en koningin-moeders, allemaal gehuld in paars en getooid met kroontjes. Praalwagens met boeren erop. Druk bezig onwillige schapen te scheren. En tetterorkestjes met in beenwarmers gehulde swingende tienermeisjes. Niet te vergeten de rondbazuinende promo van de makelaar die de plaatselijke evenementen trouw steunt.

Allemaal leuk en aardig, vooral voor de kinderen, en we genieten met volle teugen al zwaaiend en lachend langs de straten. Maar wie heeft bedacht dat elk menselijk geluidje op ieder evenement 1000-voudig moet worden versterkt, moet welhaast horende doof zijn. Hoe groter het bereik, hoe meer mensen je bereikt, heb ik een event-manager eens horen zeggen.

En als ik dan die bewuste zomeravond mijn hond uitlaat langs de bosrand, loopt het ‘event’ gezellig mee. De driedubbele woofer superboxen op het marktplein schallen moeiteloos 7 kilometer in het rond. ‘Je bent zo hip, hip, hip. Ik voel me kip, kip, kip …lekkerrr, dat ben jij’, zingt een populaire zanger in vloeiend Volendams. Gelukkig valt het na het gejuich en de opgewonden stem van de presentator – de stadsdichter misschien of een voorzitter van het een of ander – even stil. Daardoor kan ik mijn hond terugfluiten die totaal oorverdoofd tot dicht bij de drukke weg was afgedwaald. Net op tijd want daar snerpt de schelle stem van een bekend zangsterretje door de boslucht: ‘Always she, always she, why not me, why not me.’

Knap dat de locale event-manager erin is geslaagd om zoveel échte BN’ers naar ons steeds levendiger centrum te lokken. Hij en de wethouder vinden dat mijn plaatsgenoten recht hebben op top entertainment. Driekwart van de jeugd is tenslotte nog gehoorschadevrij. Ja, sinds de gemeente besmet is geraakt met de voortwoekerende eventitis, bruist en davert het in het centrum. ‘Rustig, braaf,’ kalmeer ik mijn hond die op trillende poten naar me toe trippelt, ‘het is de drummer van de band maar.’ Terwijl ik de hond aanlijn wens ik de wethouder een lange vakantie toe op een ressort pal naast een kennel vol gestresste viervoeters.

Maar het allerbelangrijkste is dat hossende Edenaren nu niet meer het risico lopen om massaal door het plein te zakken. De betonvloer van de parkeergarage geeft niet echt mee. Doorzakken is alleen leuk als het pijnloos is.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.