De gespleten mens in coronatijd

Eerder schreef ik al dat de coronapandemie een interessante tijd is voor de studie naar menselijk gedrag. Nu we inmiddels in de derde golf zitten kan ik vaststellen dat het een zeer interessante tijd is. Na de eerste golf dachten we ondanks waarschuwingen van wetenschappers: het kan wel weer. Demonstraties, feestjes, vakanties werden als beproefde stokpaarden van stal gehaald en niet veel later zagen we de coronastatistieken weer stijgen. Na nieuw beleid daalde die weer, maar toen kwamen vuurwerkprotesten en Black Friday.  Even daarna liet de statistiek weer een stijgende lijn zien.

Dus vroegen we als stoute Nederlandse klas om een lesje van het schoolhoofd. Nederland ging ondanks enkele fluitconcerten op slot. De dag na de les zochten we al weer de randen op van de regels: winkels keken hoe ze onder een sluitingsgebod uit konden komen. Reisorganisaties deden net of hun neus bloedde. En wij, brave onschuldige burgers, keken links en rechts of er voor ons een uitzondering mogelijk was. Thuis werken? Als mijn collega dat niet doet, dan ik ook niet. Alleen reizen bij noodzaak? Voor mij is wat zon tanken op de Canarische eilanden bittere noodzaak. Geen verjaardag met 8 gasten? Heus, we kijken echt wel uit, de overheid blijft hierbuiten.

Door al die afrondingen naar de zelfkant van het eigen belang, is de optelsom snel gemaakt. Het op wetenschappelijke leest geschoeid beleid om het virus te bestrijden wordt uitgehold door lichte overtredingen op privé-schaal die collectief zwaar wegen.

Hoe werkt zoiets?

Natuurlijk is er het effect van de virusontkenners en/of sceptici van het bestrijdingsbeleid. Ze wantrouwen de regering, geloven de wetenschap niet, denken dat er sprake is van een complot, vinden anderhalve meter afstand flauwekul en mondkapjes onzin. Deze categorie die vermoedelijk ook niks wil hebben van vaccinatie, zal zo rond de 15% van de bevolking uitmaken.

Echter, een veel lastiger effect is wezenlijker. En waarschijnlijk moeilijker te benoemen en in kaart te brengen, want het is een taboe, of in elk geval een ongemakkelijke waarheid:

wij zijn het zelf.

We hebben de neiging om ja te zeggen, misschien zelfs wel te denken, maar nee te doen. Of andersom.

We willen zo graag verstandig zijn, of als zodanig overkomen, maar de wetenschappelijke waarheid is dat we voor een niet onaanzienlijk deel handelen vanuit emotie. Of vanuit de buik. Homo Sapiens is niet zo verstandig als hij/zij lijkt.

We zeggen dat het heel nodig is die lockdown, maar we werken niet thuis.

We vinden dat het leeg moet zijn in de winkelstraat, maar we gaan nog even dit of dat halen.

We bekritiseren de files, maar gaan de weg op.

We spreken schande van de vliegers, maar het geboekte reisje moet wel doorgaan.

We ontraden drukte, maar we omhelzen elkaar op de bruiloft.

Ons is niks menselijks vreemd.  Het is onmenselijk om van elkaar te houden en elkaar niet te knuffelen. Het virus heeft ons mensen bij de taas. Het daagt ons uit woord, gedachte en daad in balans te brengen.

A hell of a job. Of liever: een bovenaardse opdracht.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.