Bericht van een postbezorger in Coronaland

Surrealistisch.

Zo laat de coronavirusaanval zich het meest kenschetsen in één woord.

Een oorlog tegen een onzichtbare vijand, een oorlog zonder bommen. De (zorg)werkers zijn de frontsoldaten. Met gelukkig ook andere lichtpunten: de luchtkwaliteit verbetert, er is zelfs rust en stilte waarneembaar en de vogelzang valt meer dan ooit op.

Wij allemaal zullen zo mogelijk de frontsoldaten moeten helpen om de aanval te pareren. Het zorgstelsel mag niet plat komen te liggen, en de artsen en verpleegkundigen en al het andere zorgpersoneel moeten gezond blijven.

Dat betekent dat we thuisblijven als we hoesten of snotteren. Ouderwets zwaaien en handkussen door de lucht blazen, maar afstand houden bij bezoek en ontmoetingen. Anderhalve meter afstand, het is credo en mantra geworden. Dan moeten we die afstand ook in acht nemen en zelf het goede voorbeeld geven. Door onszelf beperkingen op te leggen alsof we al besmet zijn helpen we de anderen het meest, en daarmee dienen we de zorgwerkers, onze naasten, de samenleving en onszelf uiteindelijk ook.

Dus zolang het RIVM dat afraadt: geen feestjes en kinderpartijtjes. Heel sneu, vooral voor de kinderen. Leg het ze uit, je zult verbaasd zijn hoeveel ze begrijpen als jij het eerlijke verhaal vertelt. Troost ze met aandacht en spelletjes in eigen kring en ervoor te zorgen dat ze telefoontjes en kaartjes krijgen.
De post gaat dus door. Maar als parttime postbezorger was ik verbaasd hoe weinig corona maatregelen anderhalve week geleden Post NL had getroffen. Ondanks mooie en verstandige woorden in de media, niet dus, geen handgel, geen handschoenen, geen 1.5 meter beleid, geen duidelijke richtlijnen, geen daden – niets, nada, rien. Dat is nu gelukkig behoorlijk verbeterd en ook de collega’s nemen het serieuzer.

Angela Merkel sloeg in haar toespraak de spijker op de kop: het aantal doden dat zal vallen is afhankelijk van de mate waarin mensen thuis de getroffen maatregelen serieus nemen.

Afgelopen dinsdagavond om 8 uur ’s avonds nam Marijke me mee naar buiten om te gaan klappen voor de zorgwerkers. Eerlijk gezegd had ik er geen zin in, maar eenmaal buiten draaide dat om toen we aan de rotonde staand vanaf vele balkons in de omgeving applaus hoorden. Prachtig! Deze crisis heeft ook een mooie kant. We klapten ook voor onze dochters die in de zorg werkzaam zijn. En stiekem ook een beetje voor onszelf, want wij steunen hen weer met koken en brengen van soep, bonen, pannenkoeken, het helpen met boodschappen zoals mondkapjes en toiletpapier (zonder te hamsteren).

Deze dagen rijd ik met blauwe handschoentjes aan op de e-bike met 5 tassen post beladen door een steeds leger, schoner en stiller Ede. Alsof je ineens in een science fiction film rondfietst. Als ik een groot pakje moet afgeven bel ik aan (voordeel: men is nu thuis), leg het pakje tegen het deurkozijn, doe 2 passen achteruit en wijs naar de grond als men opendoet. Op Nederland letten betekent voor nu afstand houden.

Des te meer valt de vogelzang op. Zelfs midden op de dag, midden in Ede, hoor ik zanglijsters, tjiftjaffen en winterkoningen luid de lente zingen! En deze week ging ik op een frisse maar mooie ochtend om half zes naar het Edese Bos. Overal om me heen en boven mij zongen merels, heggenmussen en roodborsten. Zo bovenaards mooi, maar juist tegelijkertijd zo aards.

Wat er ook gebeurt, de vogels blijven zingen.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.