Graffiti-terreur

Geef een pukkelige puber een spuitbus verf en hij denkt direct dat hij de nieuwe Banksy is. En dat zien we terug in Ede. Steeds meer ‘verrijkingen’ van de openbare ruimte met graffiti. Werd je een paar jaar geleden nog opgepakt als je een elektriciteitshuisje bekladde, tegenwoordig krijg je daar een subsidie voor. sGraffiti werd ineens kunst.

En dan komt je bij de definitie van kunst. Als het iets met je doet dan is het kunst zeggen ze dan. Met als gevolg dat ik altijd de pineut ben. Want er is graffiti waar ik mij te barsten aan erg. Woedend. Eén of andere gek heeft langs de A12 wel honderd keer zijn handtekening op een zijl aan het hek gespoten. Gekmakend! Het doet dus wat met me. En dan is het ineens kunst.

Op het moment dat je je er druk over maakt dan is er altijd wel iemand die dan roept dat het mij beroert en het dus kunst is. Zou ik doen alsof het mij niets doet dan zou ik er dus niets van kunnen zeggen. Ik verlies dus altijd.

De vraag is dan wel:  waarom moet dat in de openbare ruimte? Waarom wordt die kostbare graffitikunst niet veilig tentoongesteld in een museum. Of op een plek waar ik er in ieder geval niet mee geconfronteerd word. Als we die kunst dan zo bijzonder vinden dan verdient dat toch een andere plek dan onder viaducten, muren van openbare gebouwen, treinen en andere locaties waar ik langs fiets of loop.   

Wat ook zo bijzonder is dat de voorstanders van graffiti nooit tegen zo’n puber zeggen: “he, spuit jij je kunst maar op de gevel van mijn huis.” Nee, ze staan te juichen als er weer een muur van de gemeente wordt beklad maar die kunstenaars naar hun eigen huiskamer halen om dat het muurtje achter de bank op te leuken doen ze nooit. Maar ze zorgen er wel voor dat ik er tegenaan moet kijken.

Wil je een schutting in de tuin hoger dan twee meter dan moet je een vergunning aanvragen en dat lijkt me terecht. Het is niet de bedoeling dat je je buren in de eeuwige schaduw zet. Maar voor het bekladden van diezelfde schutting met graffiti is dan weer geen vergunning nodig. Dat is dan wel weer een beetje raar. Ze zitten dan misschien niet in de schaduw maar moeten wel tegen de hersenspinselen van hun buurman aankijken die zijn eigen schutting vol spoot met wat hij kunst noemt.

Want waar anderen graffiti zien als kunst, zie ik het vooral als een symbool van wetteloosheid en verloedering. Een ouderwets en provinciaal standpunt? Dat kan! Noem mij burgerlijk of bekrompen. Maar dat maakt mijn mening niet minder relevant, toch?  

Je schijnt over smaak niet te mogen twisten dus misschien moesten we dat dan maar doen over de vraag of we ‘kunst’ wel in de openbare ruimte willen, zeker als de definitie van kunst nogal discutabel is. Die vraag lijkt me al moeilijk genoeg. Tot het antwoord komt nodig ik alle voorstanders uit om hun eigen huis ter beschikking te stellen aan al die graffitikunstenaars.

Maar dan wel aan de binnenkant graag want anders heb ik er nog niks aan.

3 thoughts on “Graffiti-terreur

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *