HET VOORWOORD VAN HET BOEKJE “STAKENDE STEMMEN” VAN BURGEMEESTER VERHULST

Het boekje is een paar maanden geleden gepubliceerd. Het boekje begint met een voorwoord. Dat is mooi. In dat voorwoord geeft de auteur enkele voorbeelden van personen uit het verleden, zoals Montesquieu en Thomas Carlyle. Daar kom ik hieronder op terug.

Is dit voorwoord wellicht te snel geschreven? Te populistisch?

Of zijn enkele zinnen misschien gewoon overgeschreven vanuit  Google? Dat laatste lijkt er sterk op. Zoals algemeen bekend worden er in een democratie totaal 6 machten onderscheiden. Natuurlijk heb ik hierover gegoogeld. Verhulst komt in zijn voorwoord eveneens tot zes machten in de democratie, wel volgens mij enigszins door elkaar gehusseld.    

Montesquieu bedacht de trias politica. Zoiets houdt in dat de wetgevende macht, de uitvoerende en de rechtsprekende macht structureel van elkaar gescheiden zijn.

In het voorwoord wordt Thomas Carlyle opgevoerd, die, volgens Verhulst, de vierde macht heeft geïntroduceerd. Dat lijkt mij onjuist. Carlyle werd beinvloed door Edmund Burke die in werkelijkheid het begrip “vierde macht”  als eerste gebruikte. Overigens, Carlyle zette zich in voor het herinvoeren van de slavernij, die in 1833 door Groot Brittannië was afgeschaft. Een citaat van hem: “de weldadige zweep  was voor hem de enige manier om dit suffe tweevoetige vee aan het werk te krijgen” (dat citaat is te vinden via Google).

Verhulst deelt mee dat Carlyle de journalisten als vierde macht noemde en de ambtenaren als vijfde macht. Tegenwoordig wordt de ambtenarij (de bureaucratie) als vierde macht genoemd. De vijfde macht bestaat uit de media, kranten, journalisten, etc. 

In zijn voorwoord gaat Verhulst daaraan voorbij en introduceert de social media als zesde macht.

Zou hij bedoelen dat hij iets nieuws bedacht heeft?

Kent Verhulst de Machiavelli-lezing die Paul Rosenmöller een paar jaar geleden hield? Rosenmöller introduceerde daar de zesde macht: de externe adviesbureaus en lobbygroepen. Echter in het voorwoord deelt Verhulst mee dat zesde macht de social media zijn. Zoiets hoor je niet te doen m.i.!  

Ook in vele leerboeken voor HAVO en VWO worden de zes machten keurig vermeld:

De eerste macht: het parlement; de tweede macht: het kabinet; de derde macht: de rechters; de vierde macht: de ambtenarij; de vijfde macht: massamedia, tv, kranten, internet en social media; de zesde macht: externe adviseurs en lobbygroepen.

Waarom zou Verhulst zo’n voorwoord geschreven hebben, vol met zogenaamde weetjes, die blijkbaar, bij nader inzien, gewoon niet kloppen. Mogelijk bedacht hij dat in ieder geval een fictief voorwoord naadloos zou aansluiten bij de rest van dat boekje!  Ach, het boekje is fictief, waarschijnlijk mag het voorwoord daarbij niet achterblijven. Zou het voorwoord iets meer aan cachet gewonnen hebben door je als schrijver in dat voorwoord louter te baseren op feitelijkheden?   

Het voorwoord begint én eindigt met hetzelfde woord: mediacratie. Dat is best wel schattig bedacht door de schrijver! Gewoon een pluspunt!

Vooruit, nog een sterke zin in het voorwoord: “Iedereen communiceert maar raak, wanneer , waarover en op welke toon men maar wil”. Zou hij daarmee ook zijn eigen voorwoord bedoelen?

Afgezien daarvan staat in mijn boekenkast het betreffende boekje, gesigneerd door Verhulst zelf, naast een boekje van Gerrit den Braber (bekend tekstschrijver).  Op de eerste bladzijde (nog vòòr het voorwoord) schreef Den Braber in dat boekje het volgende aan mij: “Geachte heer Van Dalen, wilt gij burgemeester zijn, verstrek Den Braber al uw wijn”. Ook die zin zin had natuurlijk een hoog fictief gehalte. Proost!

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.