Geen musical en geen schoolkamp

Geen musical en geen schoolkamp voor groep 8. Dat is voor veel basisscholen zoals het er nu naar uitziet een van de gevolgen van de coronacrisis. Voor de ene leerling betekent dat een opluchting, voor de andere een groot verdriet. U zult zeggen, het kan erger, maar het is toch iets dat je je hele leven niet meer vergeet. Ik durf dat wel te zeggen want ik spreek uit ervaring. Toen ik in de zesde klas (wat nu groep 8 is) zat, gingen zowel het schoolkamp als de musical namelijk ook niet door, terwijl dat op mijn school toen ook al een echte traditie was. De oorzaak was echter een andere dan de huidige pandemie, maar niettemin blijft het je altijd bij.

Belangrijkste reden dat musical en kamp aan mij en mijn klasgenoten voorbij gingen was de komst van een nieuwe Friese schooldirecteur op onze school in de Amsterdamse Indische buurt. Het was op zich geen probleem dat hij uit Friesland kwam. We waren dan ook wel wat gewend wat cultuurverschillen betreft. In de derde en vierde klas was meester Sansaar, afkomstig uit Suriname, onze onderwijzer. Die pleegde ons bij vervelend gedrag aan de haren uit de klas te slepen omdat hij, zoals hij zelf zei, dat in zijn cultuur zo gewend was. Dat haren getrek stopte nadat klasgenoot Ronnie terug begon te slaan. Ondanks nog wat andere incidenten werd meester Sansaar daarna een geliefde docent, voor wie we door het vuur gingen, omdat hij de juiste snaar bij ons wist te raken.

Dat lukte onze nieuwe Friese hoofdmeester niet, als hij het al wilde. Want hij ging het allemaal anders doen. Musical en schoolkamp waren frivoliteiten, we gaan nu echt leren was zijn boodschap. Hij zou die Amsterdamse straatschoffies, zoals hij ons noemde, wel eens disciplineren. Dat werd een harde klus want straatschoffies waren we inderdaad. Fikkie stoken op de meest ongewenste plekken, op daken en over muren klimmen, bij voorkeur waar het niet mocht, belletje trekken, zomaar ergens rondhangen, af en toe een vechtpartij, uren op straat voetballen en in een tuin appeltjes plukken van een appelboom terwijl de eigenaar boos achter zijn raam stond te zwaaien. Dat waren zo onze activiteiten.

Een disciplineringspoging van onze nieuwe hoofdmeester was de introductie van het fluitje. Als teken dat we ons spelen op het schoolplein moesten staken en naar binnen moesten, floot hij daarop. Het verspreidde een vreselijk schril, irritant geluid. Ons jongensgroepje was geërgerd, sterker, we waren zwaar geïrriteerd.
Gedurende de schooldag lag het fluitje op het bureau van de meester. Soms moest ie even de klas uit. Bijvoorbeeld om in zijn kantoor te overleggen met de juffrouw van de eerste klas, wat overigens vaak tot schreeuwpartijen leidde die in onze klas goed te horen waren. Tijdens zijn afwezigheid grijnsde het fluitje ons aan. Totdat we op een dag eindelijk de moed hadden ons plan uit te voeren: het fluitje pakken en verstoppen.
De volgende ochtend zorgden we ervoor dat we een pleintje verderop speelden, uit het zicht van de school. Om half tien gingen we eens bij school kijken. Quasi verbaasd reageerden we op de boze vraag van de meester waarom we zo laat waren. “We hebben uw fluitje niet gehoord meester,“ was ons antwoord. Het fluitjesproject was daarmee wel mislukt.

De rest van het jaar ging het zo verder met vaak lijdzaam verzet tegen een meester die, ongelukkig genoeg voor hem, een vreemde snoeshaan bleef voor zijn klas. Dat lijdzame verzet werd iets actiever toen ons duidelijk werd dat schoolkamp en musical echt niet doorgingen. We waren boos en als je boos bent doe je soms rare dingen.
Iemand van ons groepje had een rookbom gefabriceerd. Iemand vroeg wie hem in de hal van de school durfde te leggen. Wie het durfde is nooit uitgekomen en zal ik hier ook niet zeggen om te voorkomen dat bureau HALT alsnog ingeschakeld wordt. Maar even later stond de hele school dus onder de rook en kwam de juffrouw van de kleuterklas in paniek de hal in rennen.

De stemming was daarmee wel voorgoed verpest. In plaats van musical en kamp mochten we als klas als afscheid van de school een paar uurtjes in de gymzaal spelen, met chips en cola, dat dan nog wel. De meester kwam ook nog even kijken en ik voel nog het ongemak dat dat veroorzaakte.

Jammer allemaal, want het afscheid van je basisschooltijd is een mijlpaal in je leven. Als het even kan, is dat een fijn afscheid. In mijn geval is dat niet echt gelukt. Ik hoop en wens dat dat voor de kinderen die nu in groep 8 zitten, ondanks het waarschijnlijke gemis van een musical en schoolkamp, wel gaat lukken.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.