Een standbeeld voor Caesar, niet voor Baudet

Ik las het in de krant. 55 jaar voor het begin van onze jaartelling doodde het Romeinse leger onder leiding van Julius Caesar 430.000 Germanen, mannen, vrouwen en kinderen. Een groot aantal van hen wierp zich in de rivier en verdronk. Dit vreselijks gebeurde allemaal in gebied dat nu Nederland heet bij de rivier de Maas, in de buurt van het Brabantse dorp Kessel.

Een paar maanden later was ik in Rome met mijn oudste zoon. We liepen over de Via dei Fori Imperiali toen we een standbeeld van Caesar tegenkwamen. Er tegenaan stond een krans als kennelijk eerbetoon.
Met de kennis over de moordpartij nog vers in het hoofd kon ik maar een ding concluderen: hier staat een standbeeld voor een moordenaar. Konden we dat zomaar laten passeren? Nee! We besloten tot een klein maar betekenisvol protest. Caesar je was een moordenaar. De wereld mag het weten.

Sommigen vonden het protest grappig. Wat voor zin heeft het ook te protesteren tegen een moordenaar die al 2000 jaar dood is? Misschien niet zo veel, maar waar het mij om ging was dat op een bepaald moment de wandaden van een leider blijkbaar niet meer tellen. Dat de betekenis van een historische figuur zo anders geïnterpreteerd wordt dat in plaats van afschuw over de door hem aangestichte moordpartijen of aangehangen ideeën, hij als een held vereerd wordt.

Je vraagt je dan af wanneer het moment komt dat in Italië een standbeeld van Mussolini opgericht wordt. Wanneer worden zijn ideeën niet meer zo verafschuwd dat mensen een standbeeld als een logisch gebaar zullen zien?

Er is een groeiende groep Italianen die dat wel ziet zitten. Steeds meer, ook jonge Italianen, gaan op bedevaart naar zijn geboortedorp Predappio. Een aanhanger verklaart die toenemende bewondering, lees ik in het Algemeen Dagblad, door te stellen dat Mussolini Italianen het gevoel gaf trots op Italië te zijn. ‘Een sterke leider ….., die voor de Italianen opkwam. En alléén voor de Italianen…’
In Italië is openlijk flirten met dat gedachtegoed, ook door politici, steeds gangbaarder. Er zijn zelfs winkels waar je fascistische souvenirs kunt kopen. Ook souvenirs met het aan Mussolini ontleende motto van de Italiaanse vice-premier Salvini: Prima gli Italiani (Eerst de Italianen).

In Nederland is openlijk flirten met fascistisch gedachtengoed minder geaccepteerd. De muur van Mussert in Lunteren als bedevaartsoord en souvenirwinkeltjes op de Goudsberg met fascistische prullaria? Een standbeeld voor Mussert? Absurd.

Vrijwel geen enkele Nederlandse politicus wil dan ook aan fascistisch gedachtegoed gekoppeld worden. Tegelijkertijd is het een dankbaar strijdmiddel voor politici om tegenstanders als fascist te framen en vergelijkingen te maken met de jaren dertig. Het gebeurde deze week ook na de overwinning van het Forum voor Democratie van Baudet bij de Provinciale Verkiezingen.

Een probleem van de niet zo fijnzinnige discussie die hierdoor ontstaat is dat de redenen waarom mensen op zo’n politicus als Baudet stemmen op de achtergrond raken. Critici verliezen zich in het ontmaskeren van Baudet en lijken te denken dat daarmee alle problemen opgelost zijn. Een enkeling deinst er zelfs niet voor terug het politieke klimaat zo te vergiftigen door tot geweld op te roepen en voor lief te nemen dat Baudet net als Fortuin zo een standbeeld zal krijgen.

Tegelijkertijd is het legitiem en noodzakelijk om te kijken wat de bronnen zijn van het gedachtegoed van de leider van de grootste partij van Nederland. Hij geeft daar zelf met zijn woordkeuze ook aanleiding toe.

Aandacht aan de ideologische bronnen van Baudet besteedde het online tijdschrift de Correspondent op 1 februari 2018 in een artikel onder de titel ‘Hoe Thierry Baudet aan de lippen hing van Jean-Marie Le Pen.’ De verontrustende conclusie van het artikel is dat de racist en antisemiet Le Pen de peetvader, de ideologische inspirator, is van Baudet.
Al in dit stuk komt het door Baudet in zijn overwinningsspeech op 20 maart gebruikte woord ‘boreaal’ aan de orde. Geen onschuldig woord zo blijkt. Prominente nazi’s als Heinrich Himmler meenden dat het arische ras uit een mythische noordelijke provincie stamde: ‘Hyperborea’, aldus de Correspondent. ‘Boreaal’ verwijst óók naar een belangrijke stichtingsmythe van Europees ultrarechts: de ‘arische’ en ‘polaire’ wortels van het Indo-Europese volk, de veronderstelde voorouders van de witte Europeanen.
Ook verontrustend is de al eerder in een artikel in de Correspondent van 20 december 2017 beschreven vijf uur durende geheime ontmoeting van Baudet met de Amerikaan Jared Taylor, een extreem rechtse activist van de Alt-right beweging.

Uiting geven aan bezorgdheid om de winst voor Baudet is daarom niet simpel weg te zetten als haatzaaierij. Alle FvD stemmers wegzetten als racisten is ook niet aan de orde en veel te makkelijk. Maar die stemmers kunnen niet wegkijken van de vraagtekens over de ideologische inspiratie van Baudet. Er is alle reden om hun leider daar kritisch over te bevragen.

Een standbeeld voor Baudet zit er wat mij betreft in ieder geval niet in, nu niet en ook niet over 2000 jaar. Om meerdere redenen hoop ik dat het daar nooit van komt.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.