De hel mag niet bestaan

Met alle berichten over salafistische zondagsscholen, moest ik terugdenken aan mijn eigen korte carrière op een zondagsschool. Ik ben er gelukkig maar een keer of twee geweest, want ook nog eens op zondag naar school gaan, stuitte bij mij op een niet te breken verzet. Daarmee ben ik wellicht ontsnapt aan allerlei vreselijke boodschappen over hel en verdoemenis en het gevaar van omgaan met anders gelovigen. Ik zeg vreselijk en geen vleselijk, want het onderwerp seks kwam toen vast niet op de zondagsschool aan de orde. In dat opzicht zijn salafistische zondagsscholen eigenlijk een stuk moderner.

Een gebod om niet om te gaan met anders gelovigen was in de buurt waar ik opgroeide overigens moeilijk te handhaven geweest, want dat betekende een ongewenst sociaal isolement. Later op catechisatie waren er wel discussies over of ongelovigen wel goede mensen konden zijn, maar met hen of met katholieken omgaan werd niet ter discussie gesteld. Dat betekende niet dat je ermee moest trouwen. Het was dan ook in onze familie bijna een revolutie toen mijn zus met een katholieke jongen thuis kwam.

Op de christelijke landbouwschool was er nog wel een docent die mij toevertrouwde dat hij tegen het toelaten van Joden op de school was, omdat deze de christelijke boodschap niet konden onderschrijven. Dat ze mij wel hadden toegelaten werd om andere redenen betreurd. Mede studenten vertelden dat sommige docenten hen waarschuwden voor omgang met mij omdat ik door linkse organisaties zou zijn opgeleid om de christelijke waarden van Nederland te ondermijnen.
Het slotstuk kwam in Otterlo toen een ouderling, na een vergeefs poging ons te bekeren, mededeelde dat hij de duivel er geen één gunde.

En met de duivel zijn we bij zijn woonplaats, de hel, waar ik dan terecht zou komen en waar ik het eigenlijk over zou hebben. De hel, bestaat die en zo ja wat gebeurt daar? Voor sommigen is dat een weet. Zo las ik een tijd geleden een verhaal in een krant over een radicale imam die een groep jongeren voorlichtte over het lot der verdoemden. Eerst stropen ze je huid en daarna word je vakkundig in stukjes gehakt en verbrand, volgens deze imam. Vervolgens word je weer helemaal in elkaar gezet en begint het hele proces opnieuw. En dat gaat dan tot in de eeuwigheid door. Je zou bijna medelijden krijgen met de beulen die dit eentonige werk eeuwig moeten uitvoeren.

Wat ik me afvraag, is of je wilt dat jongeren bang worden gemaakt met dergelijke hersenspinsels. Ik vraag me ook af of het geen Godslastering is te zeggen dat een oppermachtige God of Allah dergelijke wreedheden zou laten gebeuren. En dan nog, zouden wij mensen de beulen en hun opdrachtgevers zomaar hun gang laten gaan in de hel?
Ik denk niet dat we dat zouden doen. Dat inzicht kreeg ik van mijn oudste zoon. We bezochten op vakantie in Florence de kathedraal de Duomo en bekeken het fresco Het Laatste Oordeel. Afgebeeld zijn duivels die verdoemde mensen martelen terwijl vanuit de hemel de heiligen toekijken. De afbeeldingen van gemartelden en toeschouwers bestuderend, stelde mijn zoon, toen zes jaar oud, de vraag “Waarom helpen ze die mensen niet?”

Ik was ontroerd. Een jongetje van zes dat niet kan begrijpen dat je werkeloos toekijkt terwijl mensen gemarteld worden. Voor mij was het daarmee duidelijk. Als de hel al zou bestaan dan zouden mensen daar een einde aan moeten maken. Niet alleen na dit leven, maar ook en vooral nu in deze wereld.

Wellicht een inzicht dat ze op alle zondagsscholen, ook in Ede, kunnen onderwijzen.

 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.