Bevrijdingsdag? Helaas niet…

De meest dramatische dag uit de Nederlandse geschiedenis, zal rampzalige gevolgen hebben. Hitler had Duitslands westelijke buurlanden al in het najaar van 1939 willen overrompelen. Maar door allerlei oorzaken werd deze Blitzkrieg 18 keer uitgesteld. Tot 10 mei 1940…

Vanuit de Benelux landen wilden de nazi’s oprukken naar Parijs. Nadat de Duitse legers zowel in het zuiden, midden als in het noorden van Nederland snel doorstootten, kwam er onverwacht een kentering. In Den Haag slaagde Duitse paratroepen er niet in om de regering en koningin gevangen te nemen. In Rotterdam werden de Duitsers geblokt door een fanatiek Marinierskorps op de noordelijke Maasoever. En in Friesland hielden de Nederlanders stand op de kop van de Afsluitdijk bij Kornwerderzand.

Dit relatief succes van het Nederlandse leger kostte 800 Rotterdammers het leven. Hitler en Göring besloten om Hollands verzet te breken en gaven opdracht tot een terreurbombardement op de prachtige Rotterdamse binnenstad. Het Nederlandse opperbevel werd hiermee gechanteerd en tot overgave gedwongen.

Eind vorige eeuw sprak ik uitvoerig met een tante die dit bombardement op haar straat had meegemaakt. Al veel eerder vertelde mijn vader mij zijn herinneringen als domineeszoon in het Achterhoekse Varsseveld in de jaren ’40 – ‘45. Toen mijn grootvaders dagboek over zijn tijd als veldprediker in ’39 -‘40 aan de Grebbelinie ook nog eens boven water kwam, zat ik boordevol inspiratie voor mijn roman 10 mei 1940, de dag dat de moffen kwamen.

Deze oorlogsroman is behalve op de grote historische gebeurtenissen dus ook gebaseerd op familiedagboeken en streekverhalen uit die bewogen periode.

Ook Ede en de Veluwe hebben tijdens de oorlog indringende ervaringen meegemaakt van bezetting, terreur, verzet en verraad en uiteindelijk de bevrijding. Ervaringen die tot in het heden leidden tot verhalen, overlevering, herdenking en viering. Ook in Ede hoopten de mensen die zo leden onder de Duitse bezetting dat de geallieerde luchtlanding op de Ginkelse heide – achter hun achtertuinen zeg maar – snel tot bevrijdingsdag zou leiden.

Mijn vader, die destijds ergens ondergedoken zat tussen de ratten en de muizen, vertelde over zijn oorlogsherinneringen aan 17 september 1944: “Iemand kwam aan met een oude verrekijker. Een voor een keken we erdoor. De lucht was vol met witte parachutes. Dat stak heel mooi, bijna feestelijk af tegen het grijsblauw van de hemel. We groeven mangaten in de grond aan de bosrand om dat fantastisch schouwspel goed te kunnen bekijken. Het kostte moeite om achter al die witte sterren en ploffende wolkjes van afweergeschut, het oorlogsdrama daarbij te denken. Zo word je meegenomen in een turbulente spanning, een psychose. Heel merkwaardig zo’n oorlogsspanning. Ik geloof dat je dood bent voordat je het weet, zo word je vastgehouden door zo’n roes.”

Hij verhaalde ook dat in de Achterhoek sinds de Slag om Arnhem de oorlog nog gemener werd. Het verzet werd actiever, represailles wreder. De bevolking mocht niet meer reizen, werd gedwongen tot arbeidsinzet en talloze nieuwe onderduikers zochten hun heil in vochtige kelders, op stoffige zolders of boven stinkende stallen. De bevrijding die zo nabij leek, bleek een wijkende horizon.

Voor velen boven de rivieren bracht de Slag om Arnhem hoop op snelle bevrijding en vrede, maar het werd een bittere voortzetting van de oorlog. Behalve het leed van duizenden soldaten – gesneuvelden, gewonden en hun nabestaanden – wachtte de bevolking angst, bittere kou, knagende honger en te vaak de dood in de ijzingwekkende en eindeloze laatste oorlogswinter.

 

Foto/copyright: Marijke Barlage

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.