Stormachtige ontwikkelingen

Afgelopen periode kregen we heel wat stormen te verduren. In golven van wind en regen raasden achtereenvolgens Dudley, Eunice en Franklin over ons heen. Eunice was de heftigste van de drie. In de regio Ede hield zij ook huis. In Bennekom waaiden veel bomen om die voetpaden en wegen blokkeerden. Schuttingen bezweken. In Ede nam een boom in zijn val een lantaarnpaal mee. Een andere boom waaide boven op een auto. Brandweer en andere hulpdiensten hadden hun handen vol om takken en bomen te verwijderen, zodat het verkeer niet lang werd belemmerd. Stilte waardeer je misschien het meest als de storm voorbij is.

Bomen die geveld worden door natuurkrachten heb ik altijd fascinerend gevonden. Toen ik zes was liep ik na een hevige storm langs een dikke eik plat over de tramrails. Ik raakte er niet op uitgekeken. Op de Lagere School had ik een heel strenge gymleraar voor wie ik bang was. In mijn avondgebedje verklapte ik dat ik erg opzag tegen de gymles. De volgende dag lag de dikke kastanje op het schoolplein horizontaal pal voor de deur naar het gymlokaal. ‘De gymles kan helaas niet doorgaan,’ kwam de conciërge melden in de klas. Wonder, toeval of puur geluk?

Op de Burgemeester Prinslaan in Ede had een fietser tijdens de storm ook veel geluk. Een flinke boom viel om, dwars door een tuinhek heen. De bewoners van het huis zagen later via hun privé beveiligingscamera de beelden terug. Vlak voordat de boom was gevallen, fietste iemand er net op tijd onderdoor. De fietser kwam met de schrik vrij. Zo zou je willen dat elk incident eindigde. Schrik, maar geen letsel. Maar de realiteit is anders. Storm, zowel in de natuur, als in de actualiteit, eist offers. Veroorzaakt leed.   

Ik heb een haat-liefde verhouding met storm. Als tiener vond ik het heerlijk om als het stormde in mijn hoofd buiten te wandelen tijdens echte storm. En dan het liefst in het bos te midden van stormvlagen die door de boomkruinen jagen. Striemende regen en zwiepende takken leidden me af, waardoor de storm in mijn hoofd luwde. Maar toen overal om me heen – het was de hevige novemberstorm van ’72 – de stammen knakten als lucifershoutjes, vluchtte ik naar huis. Ook de januaristorm van ’90 was imposant. De ruit van mijn auto brak. De dag erna maakte ik een lunchwandelingetje door Zeist, waar de gevelde stammen links en rechts de villadaken hadden ingebeukt. In de bossen van Ede liggen ze nu ook. Zoals Michael de Vries in Ede Stad van 23 februari jl. opmerkte, die gevelde bomen zijn voor het bos ook een aanwinst voor de natuur. Rustig laten liggen als het veilig kan.

Binnen de bebouwde kom ligt dat natuurlijk anders. Bij elke storm mogen we dankbaar zijn dat de hulpdiensten paraat staan om wegen vrij en veilig te houden, mensen en dieren te ontzetten die in de knel zijn geraakt, in stad en dorp. Die helpers fungeren dan bijna als bevrijders. We zullen ons te weer moeten stellen tegen de stormen in de natuur. Maar ook in de wereld van de actualiteit stormt het. Nu vooral aan de oostgrens van Europa. We hopen en bidden dat de oorlogswind zo snel mogelijk luwt, zodat normaal menselijk verkeer in vrede weer mogelijk is. Na een storm merk je pas hoe fijn windstilte is. Misschien dat de waarde van vrede pas echt wordt beseft in tijden van oorlog.   

Bron: https://www.edestad.nl/112/overig/792862/bomen-omgevallen-in-bennekom

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.