Politieke partijen produceren partijpolitieke praatjes

In verkiezingscampagnes worden links en rechts, landelijk en lokaal, debatten gevoerd en politici nemen elkaar de maat. Zo wist Tunahan Kuzu een goede taakstraf voor Wilders’ Marokkanen uitspraak. Geert moest maar thee gaan schenken in een moskee. In het voetspoor van deze leuke vondst doe ik een paar aansluitende voorstelletjes. Mark Rutte mag afval prikken langs de 130 km/u snelwegen als straf voor het breken van verkiezingsbeloften. Erik Wiebes mag 10 keer verplicht naar de film Earthquake kijken wegens traineren van toegezegde schadevergoeding aan Groningers en de Denk fractie krijgt van de Erdogan fanclub, met EU subsidie, een gratis rondreis langs Turkse gevangenissen.

Ooit was ik politiek actief, maar tijdens een zoektocht naar de juiste vergaderkamer in het oude Tweede Kamer gebouw verdwaalde ik hopeloos. Het was nog in de tijd dat mensen die het woord ‘aanslag’ hoorden alleen maar dachten aan het boek van Harry Mulisch, dus de portier van het parlement verwees me op mijn vraag waar zich de D66 vergaderkamer bevond droog door: ‘O, trap op, linksaf, tweede gang rechts, trapje af, pas op voor de lage balk en dan de derde deur rechts.’ Gevangen in het politieke doolhof stuitte ik in een muffig vertrek op een slap hangend goudgeel koord met daarachter een hoge rood beklede stoel en een iets kleinere daarnaast. Daar stond ik oog in oog met de koninklijke zetels die je normaalgesproken alleen ziet op tv, bezet door majesteiten die de troonrede uitspreken.

Toen minister Hans Wijers als partijkopstuk in de Waddenzee wilde boren om economisch gewin, terwijl de toen nog groene democraten altijd boringen hadden afgewezen, verliet ik de partij en ben ik voorgoed zwevend kiezer geworden. Dat bevalt me prima. Enig nadeeltje is dat je elke verkiezing weer je stem moet bepalen op grond van argumenten die bij jou passen in plaats van lidmaatschap, gewoonte of de voorkeur van vrienden te volgen.

Elke poging via stemwijzers of kieskompassen smoort in de kiem. Ik ben bijvoorbeeld voor drastische verhoging van ontwikkelingshulp, dat schijnt links te zijn. Over immigratie ben ik niet enthousiast omdat Nederland anders amper groene ruimte overhoudt. Dat vindt men rechts. Ik sta achter ouderen want de pensioenleeftijd voor zware beroepen moet omlaag, maar ik pleit ook voor jongeren want in mijn openbaar onderwijssysteem blijft niemand zitten en sterft pesten uit. Progressieven vinden mij aan hun zijde in hun strijd voor het milieu en voor zelfbeschikking bij euthanasie, maar ik steun de conservatieven als ze een seriemoordenaar niet vervroegd willen vrijlaten en kritisch zijn op abortus.

Politieke partijen produceren partijpolitieke praatjes. Hun kopstukken ontpoppen zich vlak voor de verkiezingen – goedlachs in hemdsmouwen en spijkerbroek – als leuk, aardig, ontspannen om pal erna zich weer te hullen in (mantel)pak en top betaald zich te wijden aan het partijpolitieke… pardon landsbelang. Maar lossen zij de problemen in de samenleving ook echt op?

Nee, ik kom er niet uit. Ik ben van alles wat en ik pas in geen enkel partijhokje, dus kan ik ook geen enkel stemvakje rood inkleuren. Eigenlijk wil ik dat al mijn 33 antwoorden uit de stemwijzer worden meegenomen in de verkiezingsuitkomst. Met de andere 12 miljoen stemmers hebben we dan als Nederland een prima Nationaal Regeerakkoord voor het nieuwe kabinet. Draagvlak gegarandeerd. Er rest dan nog één puntje: wie mag het nieuwe kabinet formeren om ons Nationaal Regeerakkoord uit te voeren? Daar heb ik ook een heel democratische oplossing voor: voortaan kiezen we de premier rechtstreeks uit een selectie gedreven, kundige en integere kandidaten. Toegegeven, dan vallen veel van de huidige politici af, maar dat maakt de keuze wel eenvoudiger.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.