Museumplein

Vorige week was ik voor het eerst in lange tijd weer eens een avondje uit op het Museumplein. Sterker nog: ik denk dat mijn laatste uitgaansavond in Ede zo’n twintig jaar geleden plaatsvond. Ik was toen tweeëntwintig. En in de jaren daarvoor kwam ik ook al amper ‘s avonds in het centrum van Ede. Het was destijds namelijk veel cooler en hipper om in Wageningen uit te gaan. Daar had je Unitas, Rockefeller, XL en ’t Gat. Alternatieve broeinesten met harde gitaarmuziek, terwijl men het in Ede moest doen met skihut-achtige kroegen en disco’s waar iedereen baco-cola dronk.

In mijn pubertijd droeg ik kisten en geblokte houthakkershemden, dus de keus voor Wageningen als uitgaansstad was snel gemaakt.

Nog een reden om naar Wageningen te gaan: in Ede waren er iedere vrijdag- en zaterdagavond enorme vechtpartijen, ten minste: dat vernam ik na het weekend altijd van de leerlingen die minder cool en hip deden, en wel in Ede uit waren geweest (op maandag altijd makkelijk te herkennen aan een blauw oog of dikke lip).

Maar goed. Ik dus vorige week naar het Museumplein. Het was een warme avond, en het was al vroeg druk. Mensen genoten van de laatste zonnestralen, scholieren liepen zenuwachtig heen en weer, en op sommige vloertjes in de kroegen werd al gedanst. Er heerste echt een vrolijke zomersfeer, en toen er om half twaalf ’s avonds nog steeds geen vechtpartij was uitgebroken, was ik er bijna zelf een begonnen. Want dit was niet de afspraak! Uitgaan in Ede hoorde niet leuk te zijn, en vooral onveilig. Ik wilde de clichés bevestigd zien, omdat dat nou eenmaal is wat mensen willen. Ik dus ook.

Gelukkig wist het gezelschap waarmee ik was mij nog net op tijd in toom te houden, waarna ik – om toch mijn frustratie kwijt te kunnen – maar linea recta de kroeg waaruit de hardste polonaisemuziek naar buiten dreunde binnen ben gelopen. If you can’t beat them, join them, dat idee, en dit bleek een goede keuze te zijn.

Drie uur later verliet ik lallend, bezweet en druipend van de baco-cola het etablissement.

Nee, dat laatste verzin ik.

Ik ging netjes om half elf naar huis, want het volgende cliché bleek wel helemaal waar: ouderdom komt met gebreken. In dit geval was dat enorme pijn in mijn rug van de rieten terrasstoelen waar ik de hele avond op had gezeten, een opkomende misselijkheid door de drie biertjes die ik dronk en een zeurende prikkelhoest vanwege de langswaaiende sigarettenrook van het terras verderop.

Nee, cool en hip ben ik allang niet meer. Maar dat is helemaal niet erg.

Over twintig jaar waag ik weer een poging. Ik start binnenkort met trainen.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.