Jan Kijlstra: Peter de P(r)ater

In Ede Stad van 20 november j.l. komt op de gemeentelijke nieuwspagina’s met enige regelmaat een wethouder aan het woord. Ditmaal is dat Peter de Pater, in zijn hoedanigheid als wethouder verkeer.

Onder het kopje “Langzamer rijden” vraagt hij zich af of wij in Ede, in navolging van de snelheidsverlaging op de rijkswegen, ook langzamer moeten gaan rijden. Die vraag wordt hem regelmatig gesteld.

Hij schrijft “Er valt misschien ook best iets voor te zeggen: langzamer rijden kan goed zijn voor de doorstroming. En het is meestal ook verkeersveiliger”. “Kan goed zijn”? “is meestal ook”? Er zijn voldoende onderzoeken die dit aantonen.

Het belangrijkste argument om langzamer te gaan rijden op de snelwegen (terugdringen van de uitstoot van CO2) noemt hij echter niet.

Hij refereert aan de in de gemeenteraad door enkele partijen uitgesproken wens om op de N224, ter hoogte van Kernhem en de Amsterdamseweg, de snelheid te verlagen. Dat, zo schrijft de wethouder, vindt hij lastig.

Want “een groot gedeelte van deze weg is eigendom van de provincie”. Indirect zegt hij dat de provincie niet zou willen praten over een lagere snelheid op dit weggedeelte. Maar heeft hij dat gesprek dan al gevoerd? Ik denk het niet.

Verder stelt hij: “Ook willen we voorkomen dat doorgaand verkeer andere wegen zoekt zoals de Molenstraat”. Met permissie, maar dit is onzin. Een snelheidsbeperking langs Kernhem kàn niet omzeild worden door via de Molenstraat te rijden, want vanaf de kruising van de Proosdijerveldweg/Lunterseweg met de N224 is er maar één manier om richting De Klomp (en v.v.) te rijden: over de N224. Er zijn domweg geen andere wegen om dat weggedeelte (en dus een eventuele snelheidsbeperking) te vermijden als je langs Kernhem (en Veldhuizen) moet.

Vervolgens wordt de brandweer en de politie erbij gehaald met de retorische vraag “zijn ze wel op tijd”? Dat is te hopen. Maar een snelheidsverlaging speelt daarbij geen enkele rol: zwaailichten en sirenes zetten in principe immers alle overige keer stil, en dwingen tot vrijmaking van de rijweg. Ongeacht de geldende maximumsnelheid.

De politie zal, zo stelt de wethouder, een lagere maximumsnelheid niet handhaven als een weg (zoals de N224) eruit ziet om 80 km/uur te rijden. Dat roept vragen op. Dat de politie o.a. door te weinig mankracht niet al haar taken optimaal kan uitvoeren weten we allemaal. Maar dat een stuk handhaving, met de zegen van de wethouder, door de politie overboord gegooid mag worden lijkt me stug. Bovendien: de tegenwoordige verkeerscamera’s zijn dermate ver ontwikkeld dat je voor handhaving van maximum snelheden geen “Bromsnor-achter-een-boom” meer nodig hebt: de foto gaat digitaal naar het Centraal Justitieel Incassobureau, en de bekeuring ligt binnen een paar dagen in de bus.

Het belangrijkste bij een lagere maximumsnelheid, zo zegt de wethouder, is de toename van de ongevallen door alcohol en telefonie. Doorgeredeneerd: dan moeten we vooral geen snelheidsbeperkingen willen, maar juist een onbegrensde snelheid toestaan. Dan immers, in de redenering van de wethouder, moet er een afname van ongevallen door alcohol en telefonie te verwachten zijn.

Als kers op de taart vermeldt hij dat er een verbeterde oversteek bij Kernhem op de planning staat.

Da’s mooi, maar doet verder niet ter zake. Want daardoor zal er niet minder hard gereden worden.

Wat wel ter zake doet is dat elke snelheidsverlaging, hoe gering ook, leidt tot minder uitstoot van CO2. Maar ook tot minder fijnstof. Niet onbelangrijk bij een doorgaande weg tussen twee woonwijken in. De aanwonenden hebben dat al eerder aangekaart.

Wat ook belangrijk is: elke kleine CO2-besparing leidt, opgeteld bij andere besparingen, tot meer kansen voor woningbouw. Iets dat deze wethouder, met zijn bouw-achtergrond, toch ook zou moeten meenemen in zijn overwegingen.

De conclusie van de wethouder is dat langzamer rijden in Ede niet zomaar is geregeld. Nou en? Is dat een reden om niets te doen?

Een wethouder spreekt nooit als privépersoon, maar altijd namens het College van B7W. We zeggen daarom dat het College “spreekt met één mond”. We mogen daarom de woorden van wethouder de Pater beschouwen als de mening van het College.

De wethouder, en dus het College, sluit zijn verhaal af met “haastige spoed is zelden goed”. Dat past wel aardig bij de gemeente Ede, en is zeker van toepassing op het verkeer.

Maar om de komende generaties op langere termijn ook zicht te geven op een leefbare toekomst is nú de meeste spoed geboden.

Op de korte termijn vormt het CO2-probleem een groot probleem voor de bouw. In Ede is, ook door overloop uit naburige plaatsen, een constant en groot gebrek aan (betaalbare) woningen. Woningen die nu niet gebouwd mogen worden.

Maar huizen kunnen vrijwel CO2-neutraal gebouwd worden als je ze in houtbouw uitvoert. In grote delen van de wereld is houtbouw de gangbare bouwwijze. Ede, vanouds een gemeente met veel bos, een gemeente ook die zijn “groene karakter” koestert zou daarom houtbouw moeten omarmen, en stimuleren.

Dan kan er wel, en snel, gebouwd worden.

Waarbij verlaging van de maximumsnelheid op de N224 langs Ede nog steeds een goed idee is.

Gewoon, omdat alle kleine beetjes helpen.

Ook in Ede.

 

Jan Kijlstra

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.