De “War on drugs” in Ede

Het lijkt er een beetje op dat onze burgemeester besloten heeft de “War on drugs” van de Amerikaanse overheid ook in onze gemeente te willen starten. Terwijl de resultaten van het Amerikaanse voorbeeld niet aantonen dat dit een succesvolle strijd is. Maar goed, Nederland is Amerika niet.

De burgemeester schuwt het grote gebaar niet. En gelukkig is daar Ede Stad en het Bureau Spotlight. Ede Stad betoont zich al langer een gewillige dienaar van de Edese burgemeester. Dat zou ik ook zijn, als noodlijdende advertentiekrant van de Barneveldse Drukkerij en Uitgeverij (BDU) die elke week minimaal drie pagina’s gemeentelijk nieuws c.a. mag publiceren. Bureau Spotlight (een samenwerking van de afdeling Journalistiek van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE), BDU èn de gemeente Ede) bedrijft natuurlijk geen onafhankelijke journalistiek, afhankelijk als het is van subsidies van o.m. de gemeente Ede, en van de BDU, maar vormt wel een handig gereedschap. Daarbij krijgt de BDU journalistiek werk van studenten van de CHE, en bespaart dus op dure eigen journalisten.

En zo is het niet moeilijk voor de burgemeester om een interview in Ede Stad te plaatsen om zijn mening te ventileren over de noodzakelijke manier om het ook in Ede aanwezige gebruik van verdovende middelen te bestrijden.

De manier waarop hij dat doet is echter enigszins merkwaardig. En, gezien zijn positie, ook wat verontrustend. Dat hij zich steeds sterker ontpopt als populist is niet zo vreemd, elke politicus is ijdel, en wil populair zijn bij de kiezer. Populistisch gedrag is daarbij een handig middel, vooral omdat het daarbij doorgaans vooral om de vorm gaat, en niet zozeer om de inhoud.

Maar ook, of  juist, bij een gezagsdrager als onze burgemeester is niet alleen de inhoud, maar ook de vorm van belang. Als hij, zoals in het interview, laat optekenen (en ik neem aan dat hij vóór publicatie de tekst heeft geaccordeerd): “Het is niets voor niets dat internationale drugscriminelen hier rondlopen. Als je gepakt wordt krijg je een lullig strafje, en ben je zo weer vrij”.

Hiermee geeft de burgemeester lucht aan zijn, overigens begrijpelijke, frustratie. Als bestuurder wordt hij geconfronteerd met maatschappelijke ontwikkelingen en verschijnselen waarop hij, om tal van redenen, niet kan of mag ingrijpen. Maar de hartenkreet over een lullig strafje, die nog wel past bij het verwoorden van “das gesunde Volksempfinden”, de onderbuikgevoelens van de aanhangers van sommige van zijn collega-politici ter uiterste rechterzijde van het politieke spectrum, past geen enkele ambtsdrager. Want daarmee spreekt hij ook een oordeel uit over de rechterlijke macht. En dat hoort een bestuurder niet te doen.

Overigens óók pikant: tot twee keer toe noemt de burgemeester in het interview, ter illustratie van zijn betoog, een Nederlandse TV serie. De vraag dringt zich dan op:  kan hij niets beters bedenken? Hij laat weliswaar aantekenen dat in zo’n TV-serie de zaken enorm worden aangezet. Maar hij hoort toch te weten dat juist door dat aanzetten een verkeerd beeld wordt geschapen. Die series zijn erg populair, maar geven ook een verkeerd beeld van de werkelijkheid.

De frustratie, maar ook de onmacht, van de burgemeester, spat naar buiten uit het interview. Maar er is ook voor de Edese burgemeester geen ontkomen aan, ook hij zal moeten inzien dat de Amerikaanse “War on drugs” mislukt is, en in Nederland, of in Ede, niet alsnog zal slagen. Drugs zijn er altijd geweest, en zulle er altijd blijven. Een overheid die uitgaat van die constatering stemt daar het beleid op af.

Genotsmiddelen verbieden maakt ze alleen maar aantrekkelijker. En roept vanzelf criminele activiteit op. Kijk naar de “drooglegging” in Amerika in de jaren dertig van de vorige eeuw.

In het interview komt ook een oud verhaal aan de orde. De burgemeester had een vakantiehuis gesloten nadat daar een crimineel was opgepakt. De eigenaar was het met die sluiting niet eens, en stapte naar de rechter. En die maakte de sluiting ongedaan. De burgemeester zegt daarover in het interview: “Ik vond dat de eigenaar had moeten weten aan wie hij verhuurde. Dat noemen we zorgplicht”.  We lezen dat de rechter niet mee ging in die redenatie, maar dat de burgemeester het zo weer zou doen.

Nou is de burgemeester opgeleid als jurist. En zal als burgemeester, sprekend namens de gemeente Ede, zijn woorden op een goudschaaltje wegen. En als de gemeente het niet eens was met de uitspraak had er hoger beroep kunnen worden ingesteld.

Dat had een interessante discussie op kunnen leveren over de invulling van het begrip zorgplicht.

In dit geval: moet een verhuurder de antecedenten van een huurder kennen, en mag hij op grond daarvan de verhuur weigeren? En wat als de huurder gebruik maakt van een tussenpersoon met een “schone” achtergrond.

Hoger beroep is niet ingesteld. Het lijkt er een beetje op dat onze burgemeester het interview gebruikt om zijn gram over de rechterlijke uitspraak te uitten. Net als bij zij uitspraak over “lullig strafje”:  dit  past een jurist/bestuurder van zijn niveau niet.

Noblesse oblige!

 

 

Jan Kijlstra

 

 

 

 

 

 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.