Oud Edesche Spreekwoorden

Ik sprak laatst een spreekwoord en ik zag direct dat het daar niet goed mee ging. Sociaal als ik ben vroeg ik wat er aan schortte? “Ik word te weinig gebruikt”. Voor mensen, een enkeling daargelaten, is dat natuurlijk een prettig gevoel maar spreekwoorden die niet worden gebruikt worden daardoor direct in hun bestaansrecht bedreigd. Om wat moed in te spreken beloofde ik er een paar spreekwoorden in te gooien.

Een klassieker is natuurlijk ‘Als het kalf verdronken is dempt men de put.’ Er gaat iets verwijtends uit van dit speekwoord. Eén of andere sukkel heeft een putdeksel open laten staan en daar is een kalf in gevallen en is er in verdronken. Pas daarna gooien ze die put weer dicht. Te laat natuurlijk maar dat lijkt me geen reden om niet in te grijpen.

En dan denk ik aan Ede.

Jarenlang hebben we door intensieve veehouderij, verkeer en biomassastook de Edese atmosfeer zo verpest dat er een deken van stikstof over Ede ligt. De luchtkwaliteit is hier zo slecht dat iedere Edenaar dagelijks een equivalent van zes sigaretten inademt. Die stikstofdeken ligt ook over de Ginkelse heide waardoor de bloemetjes en de bijtjes er niet meer willen leven. Jonge boompjes gaan dood en de oudere bomen gaan in juli al in de herfstmodus. Ede gaat nu die put dempen. Met een helikopter, die per uur net zoveel brandstof verbruikt als een auto in een maand, wordt 1,2 miljoen kilo kalk over de hei gestrooid. Of het gaat werken weten we nog niet maar er zijn inmiddels wat albinozandhagedissen gesignaleerd dus dat effect heeft het in ieder geval wel.

Een ander spreekwoord dat te weinig wordt gebruikt is ‘Dweilen met de kraan open’. En dan, ja heel bijzonder, denk ik weer aan Ede! Want wat voor zin heeft het als je 1,2 miljoen kalk uitstort over de hei maar de oorzaak van de ellende niet aanpakt? De deken van kalk krijgt binnenkort een deken van stikstof over zich heen als auto’s gewoon 120 over de A12 blijven scheuren, als de veestapel niet wordt ingekrompen en als de biomassacentrales hun bagger over Ede mogen blijven uitbraken.

Dan kom bij ik het volgende spreekwoord: ‘Water naar de zee dragen’. Dat klinkt als een behoorlijk zinloze bezigheid en dat is het ook. En zo is het spreekwoord ook bedoeld. En verdomd, denk ik weer aan Ede!

Want er zijn in Ede een paar grote vervuilers. De mannen van het Warmtebedrijf, een paar grote veeboeren en wat vage industrie die de grootste oorzaak vormen van de vervuiling van de lucht. Het spreekwoord ‘De vervuiler betaalt.’ kennen we dan weer niet in Ede. Integendeel, die vervuilers worden aan alle kanten gefaciliteerd door de overheid om vooral door te gaan met hun bedrijf omdat ze op de goede momenten het woordje ‘werkgelegenheid’ laten vallen. In plaats van hard in te grijpen ontvangen deze ondernemers subsidies, ontheffingen en andere benefits om vooral door te gaan met hun vervuiling.

Dus….aan de ene kant de heide besproeien met kalk waar de gemeente Ede voor moet betalen. Aan de andere kant ondernemers betalen om ze binnenboord houden terwijl zij die vervuiling veroorzaken. Zo blijf je bezig. Zo blijf je aan het betalen. Zo blijven de burgers aan het betalen.

Water naar de zee dragen dus. Voor een dorpje zonder zee kunnen we dit spreekwoord misschien beter aanpassen: ‘Kalk over de hei strooien.’

 

2 thoughts on “Oud Edesche Spreekwoorden

  1. Mo schrijft: “de vervuiler betaald”. Hij bedoelde :”de vervuiler betaalt”, denk ik zo.

    Al of niet onbedoeld heeft hij toch gelijk. Want niet de vervuiler betaalt voor de door hem veroorzaakte vervuiling maar wordt daar ook voor betaald. Via subsidie.

    Keurig geregeld toch?

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.