Edese Wethouders Eerst!

Een van de dingen die je overkomen als je een ouwe sok wordt is dat je je gaat hechten aan vreemde dingen. Zo fietste ik honderd jaar geleden zonder enige emotie over de Stationsweg; nu heb ik een warme relatie met de prachtige huizen die daar staan. Met sommige bomen is het nog erger. Ik zou ze het liefst knuffelen, zo mooi vind ik ze. Ik ben van die dingen gaan houden, die oude gebouwen, bomen, weilanden, vergezichten en aangezichten, de geuren en de kleuren van Ede.

Nu de meerderheid van de Edese bevolking jonger is dan ik ligt het voor de hand dat die meerderheid zich net zo opstelt als ik toen ik als puber door Ede fietste. Ik verwacht van de huidige generatie geen warme gevoelens voor weilanden. Ik neem het ze niet kwalijk dat ze de schoonheid van de bossen niet vatten. Dat had ik toen ook niet.

Het zijn ook geen zaken die uit de Gouden Eeuw stammen. Maar waardevol zijn ze wel. Nu zijn ze dat voor mij, over 50 jaar voor de jongeren die er nu langsfietsen. Gelukkig zijn er dan gemeentebesturen die ‘dingen’ wel op waarde weten te schatten en voorzichtig omgaan met goed dat nog erf moet worden: erfgoed.

Hadden we in Ede maar zo’n gemeentebestuur.

Hoe kan het nou dat we in Ede zo goed zijn in het slopen van onze eigen cultuur? Ik maak me daar al jaren druk over maar ik wist het antwoord niet. Totdat ik in de krochten van internet ineens een glossy ontdekte waarin de wethouders zich voorstellen aan iets of iemand. Een mooie foto met een lieve glimlach, plechtige beloften om Ede nooooog beter te maken, een kleine bio met de hobby’s en…..de geboorteplaatsen van de huidige wethouders.

Guess what? Er is er geen één geboren in de gemeente Ede. Dat verklaart een hoop. Lex Hoefsloot liep niet met zijn vriendinnetje over het Zwarte Laanje. Leon Meijer deed nooit mee aan de dropping in het Horapark. Willemien Vreugdenhil rookte nooit stiekem een sigaretje  in het laantje bomen achter de Oude Kerk.

Ze zijn hetzelfde als de pubers van nu: te weinig gevoel met de historie van Ede. Geen sentimenten bij de oude bomen, geen gevoel bij het belang van platteland voor onze gemeente en de oude gebouwen die de sfeer van het Oud-Ede uitademen.

Met als gevolg een hotel van 30 meter hoog aan de rand van de Sysselt. De Ginkelse Heide die geëxploiteerd moet worden in het kader van oorlogstoerisme. De weilanden tussen Ede en Veenendaal die veranderd zijn in bouwkavels met betonnen blokkendozen en binnenkort de komst van 20 tot 30 windmolens om de destructie van Ede definitief aan te stampen.

Want deze wethouders weten wat goed is voor Ede!

Als je geen lid bent van GroenLinks dan ben je tegenwoordig extreemrechts. Dus roepen dat het wel lekker zou zijn als er in het bestuur van Ede ook eens een echte Edenaar plaats zou nemen riekt dan al snel naar Eigen Volk Eerst. Dan ben ik een fascist enzo. Al zouden we het aan de andere kant wel raar vinden als Trump premier van Nederland werd, met Guy Verhofstad en Boris Johnson als minister.

Maar stop gewoon met het commercialiseren van Ede. Stop met de industrie. We waren al gelukkig. Doe gewoon eens niets. Veranderen is geen doel op zich. Ede hoeft niet groter. Ede is al mooi.

Dus met het risico om vanaf nu een extreemrechtse racist te zijn: Eigen Wethouders Eerst!

 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.