Wij gaan voor het baantje zei het raadslid

Keuzes maken tijdens collegeonderhandelingen kan moeilijk zijn voor een politieke partij.  In 2002 toen ik als gemeenteraadslid namens GroenLinks/Progressief Ede mee deed aan de collegeonderhandelingen heb ik daar echter niets van gemerkt. Het was dan ook niet echt meedoen. Aan het einde van de eerste nog openbare bijeenkomst noemde de CDA lijsttrekker de partijen die uitgenodigd werden in beslotenheid samen verder te praten. GroenLinks/Progressief Ede hoorde daar niet bij. Voor ons was de keuze daarmee niet zo moeilijk, dat deden anderen voor ons.

Wel uitgenodigd voor de verdere onderhandelingen was de linkse bloedbroeder de PvdA. In mijn naïviteit had ik verwacht dat zij wel een lans voor GroenLinks/Progressief Ede zouden breken, maar dat gebeurde niet. Zij accepteerden zonder morren de gang van zaken. Misschien was een en ander ook wel van te voren afgesproken.

Een raadslid was wel tevreden over de keuze van zijn partij, want een wethouderschap voor zijn partij betekende een extra baantje. ‘We gaan voor het baantje’ klonk het in zijn woorden. Op dat cynische opportunisme heb ik hem nog diverse keren aangesproken. Tot het moment dat hij hierover zo geïrriteerd was dat hij mij tijdens een raadsvergadering uitnodigde om het buiten uit te vechten. Dat leek mij niet helemaal in lijn met de waardigheid die je als volksvertegenwoordiger moet uitstralen, dus sloeg ik de uitnodiging beleefd af.

Maar goed, jaren later in 2018 trad GroenLinks, met vier zetels in de gemeenteraad,  voor het eerst tot het Edese college van burgemeester en wethouders toe. Deze keuze voor collegedeelname werd echter geen succes. Een belangrijke oorzaak was, denk ik, dat de GroenLinks gemeenteraadszetels niet nodig waren voor een collegemeerderheid in de raad. Dan kun je weinig potten en pannen breken.

Tijdens die afgelopen collegeperiode begon er ook een toenaderingsproces tussen PvdA en GroenLinks. Dat ging best goed en mede door de landelijke inzet van partijleiders Klaver en Ploumen zag ik de samenwerking ook in Ede wel goed komen.
De collegevorming na de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 in Ede leek daarin mee te werken. Vier min tot meer rechtse partijen met een ruime meerderheid van 22 zetels zouden een van de meest rechtse colleges in de Edese geschiedenis vormen. Duidelijkheid voor de kiezer en een uitstekende kans dacht ik, in al weer al mijn naïviteit, om in vier jaar oppositie de linkse krachten te bundelen..

Maar alles liep anders. De PvdA met twee gemeenteraadszetels, die niet nodig zijn voor een collegemeerderheid, werd uitgenodigd voor deelname aan het rechtse college. En de PvdA koos, tegen al mijn verwachtingen in, er voor mee te doen. Collegedeelname werd blijkbaar belangrijker gevonden dan het in de oppositie verder werken aan en uitdiepen van de linkse samenwerking.

Ik zeg hier niet dat de PvdA hiermee voor het baantje koos. Wellicht zit besturen zo in het DNA van de PvdA dat ze elke kans grijpen om mee te kunnen besturen. Maar strategisch gezien vind ik het een grote blunder.
Ten eerste verwacht ik dat de animo voor linkse samenwerking in Ede hiermee flink is afgenomen. Ten tweede zal de PvdA als kleinste en meest linkse collegepartij in een rechts college veel water bij de wijn moeten doen waardoor ze wellicht onherkenbaar wordt. Dat is niet alleen slecht voor de geloofwaardigheid van de PvdA maar ook slecht voor de geloofwaardigheid van de politiek.
Voor de linkse oppositie is het dan weer niet zo slecht, zij kan waarschijnlijk prijs gaan schieten.

Het zou me daarom niet verbazen als de PvdA, als gevolg van haar keuzes, over vier jaar, bij nieuwe verkiezingen, van de twee gemeenteraadszetels geen één zetel meer overhoudt.

Lastig, maar elk nadeel heeft zijn voordeel: het probleem van samenwerking  en keuzes maken tijdens collegeonderhandelingen heeft zichzelf dan wel opgelost.

Foto: https://commons.wikimedia.org/wiki/User:Donald_Trung

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.