Wie steekt er eigenlijk over?

Ik rijd in de auto over de Arnhemseweg in Otterlo richting het centrum. Vlak voor de weg een slinger maakt, bij het vaak drukbezochte terras van de Waldhoorn, steken voetgangers en fietsers onvoorzichtig over. Onvoorzichtig in mijn ogen, want ik zit in een auto, heb voorrang en mag daar 50 kilometer per uur rijden. Dus zij moeten wachten en beter uitkijken. Bovendien heb ik haast en zo is het toch afgesproken?
Ja, zo is het afgesproken, maar is dat wel een goede afspraak? Misschien kan het ook anders.

Ik rijd in de auto over de Arnhemseweg in Otterlo richting het centrum. Ik weet dat de weg een slinger maakt bij het vaak druk bezochte terras van de Waldhoorn. Daar steken vaak voetgangers en fietsers (toeristen, ouderen, schoolkinderen) over. Je mag daar van de provincie Gelderland en de gemeente Ede wel 50 kilometer per uur rijden, maar ik weet dat dat met die drukte gevaarlijk kan zijn. Daarom verminder ik mijn snelheid als ik zie dat fietsers en voetgangers inderdaad aan het oversteken zijn. Vlak voor de oversteek stop ik en wacht ik tot iedereen veilig overgestoken is. Na een minuut wachten, kan ik doorrijden.

De tweede situatiebeschrijving is geïnspireerd door het boek “Het recht van de snelste,” geschreven door Thalia Verkade en Edenaar Marco te Brömmelstroet. Door dit boek, een aanrader, ging ik mij afvragen waarom fietsers en voetgangers op dit punt in Otterlo eigenlijk moeten wachten op het voorbijgaande autoverkeer. Waarom hebben auto’s hier voorrang? Waarom is dit oversteekpunt niet veel veiliger ingericht? Waarom geldt hier het recht van de snelste?

Het antwoord heeft te maken met hoe je naar dingen kijkt. Een Tilburgse wethouder zei dat het de automobilisten zijn die zouden moeten oversteken, in plaats van de voetgangers. Het is een omkering die een knak in je hersens veroorzaakt. Zo logisch, dat je je afvraagt waarom we dat niet eerder bedacht hebben.

Dat komt misschien doordat als gevaarlijke verkeerssituaties tot doden en gewonden leiden het vaak een ver van ons bed show is. Cijfers maken dan weinig indruk. Dat er jaarlijks wereldwijd ongeveer 1,3 miljoen mensen bij verkeersongevallen om het leven komen (dat is elke twee minuten vijf doden!!!) en dat verkeersongevallen de belangrijkste doodsoorzaak onder jongeren tussen 5 en 29 jaar is, nemen we tot ons als een nieuwsfeitje.

Dat nieuwsfeitje is echter ook in Nederland een slagveld en dat proberen Verkade en te Brömmelstroet te laten zien op de site https://www.hetongeluk.nl/  De site toont een verbijsterende aaneenrijging van (dodelijke) ongelukken, waarvan de meeste het landelijk nieuws niet halen en die nooit het onderwerp zijn van een persconferentie van de minister-president. Van zondag 20 september 2020 tot en met zaterdag 26 september 2020 tel ik 37 ongelukken met negen doden en nog veel meer gewonden.

De berichtgeving over de ongelukken is vaak omfloerst. Er wordt beschreven wat er gebeurd is, het leed achter de ongelukken blijft achterwege. Bij één berichtgeving, over een 31-jarige vrouw die overreden werd door een vrachtwagen, wordt wel melding gemaakt over zorgen over het gevaarlijke kruispunt.

Gevaarlijk wellicht omdat fietsers moeten oversteken en vrachtwagens niet.

 

 

 

 

 

 

1 thought on “Wie steekt er eigenlijk over?

  1. Fiets of auto, wie steekt er eigenlijk over?

    Een vreemde vraag. Als men dat verschil niet kan zien, lijkt het mij niet verstandig om zich zelfstandig in het verkeer te begeven, dat is immers vragen om ongelukken! De column met bovenstaande titel bleek echter te gaan over de voorrangsregels, ofwel wie er voorrang heeft en wie niet. En of de huidige situatie wel wenselijk is.

    Wat wenselijk is in het verkeer hangt echter geheel af van wie er naar kijkt: automobilist, fietser en voetganger zullen daar verschillend tegenaan kijken. Ook de reden van hun aanwezigheid op de betreffende plaats zal hun mening doen veranderen. De doorgaande automobilist of fietser op weg naar werk of huis, wil vooral op kunnen schieten. Een toerist heeft echter minder haast.

    De columnist stelt “het recht van de snelste” ter discussie (een recht dat al meer dan twintig jaar niet meer bestaat) en stelt dat het logisch zou zijn als automobilisten voorrang verlenen in plaats van voetgangers. Dit wordt onderbouwd door enkele nieuwsfeitjes en een “verbijsterend” aantal verkeersongelukken met dodelijke afloop.

    In werkelijkheid is het aantal verkeersongevallen met dodelijke afloop juist verbijsterend laag! Al meer dan 15 jaar lang overlijden er in Nederland minder dan 1000 mensen in het verkeer, de afgelopen 10 jaar schommelt dit getal rond de 700. In 2019 betrof het 617 personen. Ter vergelijking: vorig jaar zijn er 4720 personen overleden als gevolg van een valpartij en hebben 1811 mensen zelfmoord gepleegd.

    In al deze gevallen is er natuurlijk sprake van een enorm menselijk leed en daar wil ik ook niets aan afdoen, voor de slachtoffers en hun nabestaanden is elk sterfgeval in en intriest.

    Overheden en wegbeheerders bepalen voorrangsregels voornamelijk op basis van het gebruik van een weggedeelte. Aangezien de Arnhemseweg in Otterlo een doorgaande weg is, is het logisch dat het verkeer op die weg (dus ook fietsers), voorrang hebben. Dus moeten voetgangers, fietsers èn automobilisten voorzichtig oversteken! Waarmee ik niet wil zeggen dat iemand die wel voorrang heeft niet voorzichtig hoeft te zijn . . . .

    Wat mij echter in dit soort discussies altijd verbaast is dat er vrijwel altijd wordt gewezen naar de automobilist als de boosdoener en dat de overheid daar iets aan zou moeten doen. Waarom? In verreweg de meeste situaties is duidelijk wie er voorrang heeft en dient eenieder zich overeenkomstig verantwoordelijk te gedragen. Maar die verantwoordelijkheid wordt meestal eenzijdig bij de automobilist neergelegd.

    Waarom wordt een automobilist die op een voorrangsweg ‘s avonds een overstekende appende fietser zonder licht aanrijdt, toch aansprakelijk gesteld? “Omdat hij rekening dient te houden met kwetsbare weggebruikers”, is dan het antwoord. Maar heeft die weggebruiker dan zelf niet de verantwoordelijkheid rekening te houden met zijn eigen kwetsbaarheid?

    In het geval van kleine kinderen natuurlijk niet, daarom moeten bestuurders inderdaad opletten en rekening houden met onverwachte situaties. Maar als kinderen niet leren dat zij zelf op moeten letten, als zij juist leren dat ze kunnen doen en laten waar ze zin in hebben, omdat de ander altijd rekening moet houden met hèn, dan ontwikkel je een mentaliteit, een gebrek aan eigen verantwoordelijkheid, die niet zomaar verandert als ze volwassen worden. Ook niet achter het stuur van een auto.

    Daar ligt in mijn ogen een taak voor de overheid, om mensen weer te leren zelf verantwoordelijkheid te dragen voor hun gedrag, in plaats van iedereen tegen alles te willen beschermen. Zelfs tegen zichzelf! Hoe hard het ook is: van leven ga je dood. En het is aan onszelf om te voorkomen dat we sterven omdat we maling hebben aan onze eigen kwetsbaarheid, of zelfs aan onze stupiditeit. Bijvoorbeeld door te appen in het verkeer . . . .

    Elmar Donker

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.