Dualisme 0.0 in Edese gemeenteraad ondermijnt de democratie

In 2002 werd het dualisme in de gemeentepolitiek ingevoerd. Dat betekende dat het gemeentebestuur bestaande uit burgemeester en wethouders meer op afstand werd gezet van de gemeenteraad. De raad kreeg uitdrukkelijker de rol van de controleur van het bestuur. Om de scheiding tussen bestuur en controleur te benadrukken, mochten wethouders voortaan ook geen lid meer van de gemeenteraad zijn. Waren die dat dan hoor ik u zeggen? Ja inderdaad, het klinkt bizar maar een wethouder was tot 2002 ook gemeenteraadslid. In de gemeenteraad moest zo’n raadslid dan oordelen over zijn eigen als wethouder gevoerde beleid. Zelden of nooit zult u begrijpen, keurde zo’n raadslid zijn eigen beleid als wethouder af. De slager die zijn eigen vlees keurt.

De invoering van het dualisme moest het debat in de gemeenteraad stimuleren. Niet door elkaar voor rotte vis uit maken zoals sommige politici nu denken. Nee het idee was dat collegefracties meer gingen luisteren naar ideeën van de oppositie en niet slaafs het college volgde. Omdat ik in 2002 zelf raadslid voor GroenLinks/Progressief Ede (GL/PE) werd, kon ik zelf ervaren of dit ging lukken.

Het eerste teken dat het dualisme serieus werd genomen, was toen GL/PE als oppositiepartij voorstelde het christelijk ambtsgebed te wijzigen. Dit gebed, dat de burgemeester aan het begin van elke raadsvergadering uitsprak, sloot volgens ons namelijk andere religieuzen en seculieren buiten. Collegepartij CDA steunde tot ieders verrassing dat voorstel. Het is nog altijd een historisch moment in de Edese politieke geschiedenis, want met zowaar een christelijke meerderheid in de gemeenteraad werd zo het Edese ambtsgebed ontdaan van christelijke verwijzingen. Voortaan konden niet christelijke religieuzen ook mee bidden. De seculiere minderheid bleef overigens zo wel buiten gesloten. Zo goed had het CDA nu ook weer niet geluisterd.

Een lakmoesproef of collegefracties het dualisme serieus namen, was de vraag of wethouders de fractievergaderingen van hun politieke partij wel of niet bijwoonden. Bij de GroenLinks/PE fractie lukte dat heel goed want wij hadden geen wethouder. Bij collegefracties zag je echter nog wel eens een wethouder enigszins besmuikt een fractiekamer uitlopen. Daar werd natuurlijk schande van gesproken.

Maar ja dat was allemaal franje. Waar het om ging en gaat was en is of collegefracties in de gemeenteraad over voorstellen van de oppositie een serieus debat willen voeren. En of ze deze eventueel willen steunen, ook als deze voorstellen tegen het collegebeleid ingaan. Dat bleef ook tijdens mijn raadstijd verre vanzelfsprekend, ondanks het ingevoerde dualisme. Ik herinner me nog een bezuinigingsdebat in 2004 over de begroting van 2005. Het college van CDA, VVD, PvdA en ChristenUnie wilde bezuinigen op milieueducatie, sport, natuur en landschap, verkeersveiligheid en cultuur. Daar tegenover stonden investeringen in meer asfalt. Onze fractie had elf amendementen en moties op die collegevoorstellen voorbereid. Moties en amendementen die deze bezuinigingen overbodig maakten doorminder in asfalt te investeren. Ik had er, samen met ondersteunende ambtenaren, flink veel tijd ingestoken. Geen van de voorstellen kon echter op applaus van de collegefracties rekenen. Zij stemden al onze voorstellen zonder veel debat weg.

Zoiets gebeurde laatst ook tijdens een begrotingsdebat van de huidige gemeenteraad. Een debat dat geen debat werd omdat collegefracties CDA, VVD, ChristenUnie, Gemeente Belangen en GroenLinks voorafgaand onderling afspraken tegen oppositievoorstellen te zullen stemmen. Dualisme 0.0 noem ik dit en de dood in de pot voor een levendige democratie. Want als je de politiek aantrekkelijk wil maken, burgers wil stimuleren politiek actief te worden en de kwaliteit van de democratie wil bevorderen, dan neem je oppositiepartijen serieus. Je gaat in debat en je zet oppositiepartijen niet weg met een respectloze vooraf gesproken deal. Een dergelijke opstelling is voer voor populisten die stellen dat de politiek de burger niet serieus neemt. Het is ook heel slecht voor het vertrouwen in en aanzien van de politiek. En, niet onbelangrijk, zo’n opstelling is ook heel slecht voor de onontbeerlijke steun van de achterban die raadsleden bij hun werk nodig hebben. Terwijl hun gezin en/of partner weer een avond zonder hen doorbrengen, moet die achterban wel het idee hebben dat hun werk ertoe doet.

‘En?,’ vroeg Hanneke toen ik in 2004 van het begrotingsdebat thuis kwam. ‘Alle moties en amendementen afgewezen,’ was mijn antwoord. ‘Ga dan maar wat anders doen, dit levert niks op,‘ was haar reactie. En dat deed ik. In 2006 stapte ik uit de raad en werd ik gitarist/zanger in het Onderwijscabaret Perikel. Dat kostte veel minder tijd en gaf meer voldoening.
Mijn allereerste optreden was heel toevallig in Ede. Ik herkende, toen ik met mijn gitaar het podium op kwam, in het publiek een aantal stomverbaasde Edese raadsleden van collegepartijen. Ze gaven me nu wel een daverend applaus. Dat had met dualisme weinig te maken natuurlijk. Net zo weinig als de opstelling van de huidige collegepartijen in de gemeenteraad.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *