VERKLEEDPOLITIEK

Als columnist ben ik graag met taal bezig. Aardig was dan ook dat ik afgelopen week twee nieuwe woorden mocht leren. De eerste is ‘blokkeerfries’ dat z’n oorsprong heeft in het tegenhouden, door het blokkeren van de snelweg, van antizwartepietendemonstranten uit de Randstad en dat specifiek door mensen uit één van onze noordelijke provincies. In mijn nabije omgeving hoorde ik dan ook dat dit woord eigenlijk een pleonasme is en tevens een eufemisme (voor notoire dwarsligger). Mij rest niets anders dan zulke opmerkingen met de literaire mantel der liefde te bedekken. Mar soks docht wol sear moat ik sizze…

Een ander nieuw woord heeft z’n oorsprong in ons mooie Ede. Op het museumplein hield de politie een dronken jongeman aan die een zogenaamd plaskruis had omgetrapt. Nadat hij z’n ID-kaart aan de politie had afgegeven sloeg hij via het spoor op de vlucht. De Gelderlander meldde dan ook dat deze ‘plaskruisschopper’ een drietal boetes gaat krijgen. Voor het omtrappen van de plastic mobile pisbak, voor openbare dronkenschap en voor het lopen over het spoor. Aan de hand van z’n ID kon zijn vaste woon- en verblijfplaats snel worden achterhaald. Het levert de jongeman dus nog veel gezeik op…

Zelf wil ik het woord ‘verkleedpolitiek’ graag aan onze taal toevoegen. Dit naar aanleiding van het bericht dat onze burgervader René Verhulst medewerking heeft verleend aan het SBS6 programma Burgemeester Undercover. Hij is één van de zes burgemeesters die verkleed gingen om een probleem in hun gemeente vanuit een ander perspectief te bekijken. Geschminkt en met een pruik op zag hij hoe het in Ede is gesteld met de verkeersveiligheid. Naar eigen zeggen deed hij dit niet voor de lol of om met z’n kop op televisie te kunnen komen. Er zat namelijk een conceptgedachte achter…

Ik citeer: “Hij heeft het gedaan omdat Ede er best eens iets aan zou kunnen hebben. Verhulst zei ja toen SBS6 hem benaderde om onherkenbaar de straat op te gaan om, weg van vergaderzalen en ambtelijke bureaus, te ontdekken wat er echt speelt in zijn gemeente. Om onszelf een spiegel voor te houden.”

Laat dit even op u inwerken geliefde Edenaren. Om er achter te komen wat u en ik zo dagelijks meemaken is het nodig dat de hoogste bestuurder van onze mooie gemeente uit het ivoren torentje nederdaalt voorafgegaan aan een verkleedpartij. Het zal mij niet verbazen wanneer blijkt dat dit idee intussen in het geheim (niet schrikken hoor, komt vaker voor dan u denkt in bestuurlijk Ede) verder is doorgevoerd. Dat we ook wethouders en raadsleden, onherkenbaar gemaakt en anoniem, op straat kunnen tegenkomen. Die dus de opdracht hebben gekregen eens uit te vogelen wat de gewone sterveling in Ede beweegt…

De laatste tijd kom ik inderdaad weinig politici buiten het gemeentehuis tegen. Uitgezonderd de raadsleden Pieter Gerard van den Berg, die nog gewoon in het wild over straat liep, toen ik hem groette en Cora Otter die ik onlangs sprak in een zogenaamd ‘Food Related Establishment’ te Bennekom (lees snackbar). Maar verder is het lang geleden dat ik er zomaar eentje spontaan heb kunnen spotten. Mijn vermoeden kon wel eens waarheid zijn geworden. Ik merk dan ook dat ik nu alles en iedereen in Ede met argusogen volg. Want ze kunnen natuurlijk overal opduiken die big brothers (en sisters) van de Bergstraat…

Zou die ingehuurde bouwvakker op mijn werk wellicht wethouder Peter de Pater zijn, die in plaats van een vette bril nu contactlenzen draagt en een ZZTOP-baard heeft aangeplakt? Onlangs bij het afrekenen in de supermarkt kwam de caissière mij ook al zo  bekend voor. Was jij dat Ellen Out met die zwarte pruik en juffrouw Duckerbril? Die schaapsherder die ik op de Ginkelse hei achter z’n schapen zag aansloffen was volgens mij echt Jan Pieter van der Schans getooid met cowboyhoed en Chiel Montagne-snor en die zwerver onlangs bij de Meet-Inn dat moet haast wel Bart Omlo zijn geweest in mijn beleving…

Verkleedpolitiek moet niet nodig zijn om te weten te komen wat er echt speelt in de gemeente Ede. Dat kunnen de heren en dames van de politiek wel als zichzelf. Maar je moet er wel wat voor doen. Leidinggevenden vastgeklonken op hun stoel roepen vaak “Ja, maar mijn deur staat altijd open!” maar in de praktijk is er toch wel een soort van een drempel. Een goede manager gaat er op uit en spreekt regelmatig op de werkvloer met alle ondergeschikten. Dat levert doorgaans een schat aan betrouwbare informatie op waar dan de koers op kan worden afgestemd. En daarvoor hoeft hij of zij zich echt niet te vermommen…

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.