Emancipatie

Recent onderzoek toont aan dat het niet goed gaat met de verdeling van de zorg- en huishoudelijke taken tussen vrouw en man. Althans wat betreft de vrouwen. Waar voor het uitbreken van de coronapandemie er nog sprake was van stijgende tevredenheid is die nu tanende.

Maar wat wordt onder deze taken allemaal verstaan? Als ook de zware klussen in, rond en aan het huis of in de tuin worden meegeteld, zal het beeld wellicht verschuiven. Een terrasje verleggen, of dakgoten schoonmaken zie je meestal door de man gebeuren. Daarentegen zie je over het algemeen dat een kindje in bad doen of de was doen vaker door de vrouw gebeurt.

Ik begeef me op glad ijs, maar ik probeer zo eerlijk mogelijk te beschrijven wat ik zie. Natuurlijk is het goed om alle taken die met huishouding en verzorging te maken hebben zo gelijkelijk mogelijk te verdelen over de partners.  Niet onlogisch is het om ook de eventuele kinderen daarbij te betrekken als ze daartoe in staat zijn. Werken, en niet alleen betaald werk, geeft voldoening en de meeste mensen moeten erkennen dat dit ook geldt voor rotklusjes, vooral als je ze succesvol hebt afgerond.

Mijn geluk was dat ik mijn vader van jongs af aan als geëmancipeerd aan de gang zag. Mijn ouders werkten keihard. Zij in en om een groot Baarns huis vol zoons en huisdieren. Hij buitenshuis in een drukke maatschappelijke functie. Maar in het weekend stond hij om zeven uur op, trok zijn regenjas aan en ging het huis luchten, stofzuigen en eitjes bakken voor alle gezinsleden en gasten. Die laatste waren er nogal eens, naast pleegkinderen of vriendinnen.

In zijn vrije tijd preekte mijn vader of deed hij vrijwilligerswerk meestal als bestuurder. Iemand die zo hard werkt in het publieke domein valt vroeg of laat op. Het gebeurde dat hijzelf of mijn moeder werd gepolst hoe hij stond tegenover een onderscheiding. Dan antwoordde hij: dat lintje hoort naar mijn vrouw te gaan, door háár werk kan ik mijn werk doen. Mijn moeder wist dat hij elk lintje zou weigeren en dat antwoordde zij – eerlijk als zij was – steevast.

De jaren ’70 braken aan. De emancipatiegolven rolden over het lage land als ware tsunami’s. Mijn moeder kreeg vaak te horen, via media maar ook van kennissen en familie, dat ze uit het huishouden moest breken. Rijles nemen, reizen, buitenshuis werken.  Als zij zich verweerde dat haar man de kost verdiende en dat zij koos voor zorg en ondersteunen voelde zij de minachting.  Gelukkig nooit van mij, nooit van haar man en zonen. De vrouwencafés kwamen op. Ook in Baarn was er een. Uit nieuwsgierigheid liep ik er eens binnen. Maar al snel kwam er een vrouw in hippiekleren naar me toe en zei ‘dat dit alleen voor vrouwen is’.

In de roerige jaren ’70 werd mijn vader als vrijwilliger betrokken in een fusie tussen vier instellingen van maatschappelijk werk. Op een feestje bij vrienden kwam ik naast een vrouw te zitten. Ze verweet mij dat ik de zoon was van een bestuurder die rechts, ouderwets en vrouwonvriendelijk was. ‘Die vader van jou blokkeert de fusie met zijn eigenwijze gedrag.’ Ineens herkende ik in haar de vrouw van het vrouwencafé. Zonder hippiekleren, dat wel. Ik was er kapot van. Ik kende geen minzamer vrouwvriendelijker man dan mijn vader.  Maar de sociale strijd van emancipatie kende vele altaren en strijdtonelen. De jaren ‘60 en ‘70 worden te vaak geïdealiseerd.

Gelukkig is de taakverdeling tussen man en vrouw op de goede weg. Tijdens mijn leven heb ik steeds vaker vaders luiers zien verschonen, en vrouwen, al of niet met behulp van zoon of dochter, met tegels zien sjouwen. De vrouw kan, als zij wil, eruit breken tot dwars door het glazen plafond en de man heeft papadagen en is verlost van de drukkende plicht tot kostwinning.

Samen komen we er wel.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.