Witte de With

Toen Ede nog een heul klein dorpje was had de straatnamencommissie het makkelijk. Stond er een molen aan een straat dan was de keuze voor Molenstraat niet heel moeilijk. Een weg naar het station? Stationsweg. Handig, want dan wist je waar die straat naar toe leidde. Maar wel een beetje fantasieloos.

Met de groei van Ede werd wat meer creativiteit noodzakelijk. Er gaan wel meer wegen richting het station maar je kunt ze moeilijk allemaal Stationsweg noemen. Zo werden wegen en straten ook wel vernoemd naar de plek waarvoor ze in de plaats kwamen. Een nieuwbouwwijk op een plek waar daarvoor bos stond kreeg dan vaak straatnamen die moesten herinneren aan wat er ooit was: de Hertenlaan ofzo. Geen hert meer te zien maar zo lijkt het tenminste nog wat.

Je kunt een straatnaam ook als instrument gebruiken. Een oerlelijk stukje straat kun je Betonbaan noemen maar liever een naam die iets fraaiers suggereert: de Parklaan bijvoorbeeld, waardoor je niet meer denkt aan een weg waar tientallen oude bomen voor zijn gekapt. Maar daar trapt, 39 mensen uitgezonderd, geen Edenaar meer in.

Gelukkig hebben we een bak vol Bekende Nederlanders naar wie we een straat kunnen vernoemen. Het schijnt dan een goede gewoonte te zijn om te wachten met zo’n vernoeming tot die figuur  overleden is omdat dat het moment schijnt te zijn dat alle lijken uit de kast vallen en daarmee bedoel ik niet de persoon in kwestie.

Het vernoemen van een sporthal naar een burgemeester waarvan achteraf blijkt dat hij een kettingroker was lijkt me niet zo handig. Beter was het geweest als we de snelweg tussen Arnhem en Ede naar Cees hadden vernoemd want daar zijn inderdaad alle knapen weg.

Toch blijkt wachten tot iemand het tijdelijke met het eeuwige heeft verwisseld ook geen succesformule. Pas 350 jaar na zijn dood kwam er iemand achter dat Witte de With een slachting heeft aangericht op de Molukken. Die naam moet dus veranderen.

Even dacht ik aan een weg vernoemd naar Helene Kröller-Müller maar op twitter las ik dat ze wel erg warme gevoelens koesterde voor een zekere Duitse politicus uit het midden van de vorige eeuw. Ze was de enige Edenaar die Adolf persoonlijk heeft ontmoet dus misschien moesten we de Kröller-Müllerstrasse in Ede maar overslaan.

Het is ook de tijdgeest waarin we mensen beoordelen. Ché Guevara doet qua slachtoffers niet onder voor Witte de With, maar er lopen nog steeds pubers rond met een t-shirt van Che. In Utrecht werd er gewoon een straat naar Ché vernoemd. Dat wordt dus ook een wijziging over 300 jaar dus laten we voor Ede maar iets anders verzinnen.

Om met mijn tijd mee te deugen dacht ik het perfecte alternatief te hebben voor de Witte de Withstraat: ik dacht aan de Akwasilaan maar hij schijnt voornamelijk geïnteresseerd te zijn in grachtenpanden. Gaat dus ook niet door.

Beter is omdenken. Geen geld betalen voor een straatnaam maar geld ontvangen: straatsponsoring dus. De naam van het Museumplein, waarvan geen enkele bezoeker belangstelling heeft voor het museum, verhuren we aan Heineken, het Heinekenplein. De Bovenweg in Bennekom wordt de HEMA-straat, de Arnhemseweg de McDonaldsboulevard en de Bergstraat wordt de Warmtebedrijfweg.

En de Witte de Withstraat? Dat gaan we in Ede net zo doen als de Zwarte Pietendiscussie: er niet over praten en hopen dat het overwaait.

 

 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.