Voetbalverhaal

Als je zelf geen profvoetballer kon worden, kun je gelukkig altijd nog supporter zijn. Dat is echter geen gemakkelijk bestaan bleek van de week weer bij het verlies van Ajax. Een slapeloze nacht en twee dagen nieuwsmijding om de geslagen wond niet te prikkelen, waren het gevolg. Een beetje ziekelijk, ik besef het.
Als jong voetballertje speelde ik zelf bij de club TOS Actief op sportpark Voorland in Amsterdam-Oost, vlak achter grote buur Ajax. Voetbal beheerste mijn leven van ’s ochtend tot ’s avonds. Zoals kinderen nu achter hun game kunnen zitten zeg maar. Ajax was in opkomst en de helden woonden dichtbij. Sjaak Swart had zijn sigarenwinkel vlakbij onze lagere school. We gingen verlegen een handtekening halen en kregen er als bonus ook één van Johan Neeskens die toevallig bij Swart op bezoek was.

Spelen voor Ajax was een droom en werd tastbaarder toen onze Tos Actief keeper door Ajax gescout werd. Het jaar erop speelden we uit tegen het Ajax-team van onze ex-keeper. We wonnen na een heroïsche wedstrijd met 3-4 en toen ik van het veld liep zag ik zowaar Johan Cruijff langs de lijn staan. Hij zou mijn talent toch wel gezien hebben? Het kon nu niet lang meer duren voor Ajax mij zou vragen was mijn overtuiging. Dat het er niet van gekomen is bewijst dat zelfs Cruijff het wel eens verkeerd zag.

Maar goed, voetballen met vrienden en je broers is ook leuk en heeft zo zijn voordelen. Een scheidsrechter stuurde mij eens uit het veld, maar veranderde hij van gedachten toen mijn broers aankondigden dat zij dan ook maar gingen. Broederlijke solidariteit, dat kon de scheids wel waarderen.

Een wedstrijd speelden we eens tegen een team met René Froger. Leuk, denk je tegen een bekende Nederlander, maar het werd een bewogen wedstrijd met gedoe en zelfs een bijna gewelddadige achtervolging van een van onze supporters. Enigszins gespannen keken we daarom naar de uitwedstrijd uit. Ook omdat Freek de Jonge inmiddels tot het team van Froger was toegetreden. Misschien zou dat een matigende invloed hebben, hoopten we.

Op de dag van de wedstrijd bleek dat zowel Froger als Freek de Jonge, die zijn been gebroken had, afwezig waren. Niks geen matigende invloed dus merkten we al snel toen ik door een tegenstander tegen de grond geslagen werd. Commentaar van de ‘niet geheel neutrale scheidsrechter’: ‘Het maakt mij niks uit al slaan ze je helemaal in elkaar.’ En zo ging het de hele wedstrijd door. Ja, je zou van het veld lopen, maar dat deden we niet. We stroopten de mouwen op en wonnen de wedstrijd die bijna in een veldslag ontaarde.

Een paar weken later kwam er een onverwacht vervolg. Ik had in die tijd een bijbaantje in het OLVG- ziekenhuis als brancardier. Dat betekende de hele dag patiënten van de ene naar de andere afdeling brengen. Via de portofoon kreeg ik de melding, ‘de heer de Jonge van kamer 131 naar de gipskamer.’ Ik liep met een lege rolstoel naar kamer 131 om de patiënt op te halen. Aangekomen in kamer 131 bleek de heer de Jonge, Freek de Jonge te zijn. Wat een toeval.

Ik hielp hem in de rolstoel en waar hij ook op gerekend had niet op mijn vraag: ‘Zo, dus u voetbalt in het team van René Froger?’ Hij bevestigde verbaasd. En zo begon ik, terwijl ik de Jonge door de gangen van het ziekenhuis voortduwde aan het relaas van de voetbalwedstrijd die bijna in een veldslag eindigde. Helemaal opgaand in mijn verhaal, en nog steeds verontwaardigd, begon ik steeds harder te lopen. Mijn patiënt klemde zich angstig vast aan de leuningen van de rolstoel. Zo kwamen we aan bij de laatste bocht die in mijn herinnering met grote snelheid op één wiel genomen werd. Met de woorden ‘en zeg maar tegen die gasten dat het een stel asocialen zijn’ nam ik afscheid en zette ik de Jonge bij de gipskamer af. Hij vroeg zich ongetwijfeld af door wat voor malloot hij door het ziekenhuis rondgereden was.
Kon mij niet schelen, ik ben dan geen profvoetballer geworden, maar ik heb aan het voetbal toch een leuk verhaal overgehouden. En nu maar hopen dat Ajax kampioen wordt.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.