Hoe kleiner de man…

…hoe groter de hond. Dat zei mijn vader wel eens. Terwijl ik het intik realiseer ik me dat het niet echt goed Nederlands is. Hij had het niet over mij denk ik. Ik tik zelf de twee meter aan en mijn hond haalt de dertig centimeter niet. Vanochtend moest ik even aan mijn vader en zijn uitspraak denken. Ik liep vanochtend in het Paradijs. Nou was dat op zondagochtend, geen idee wanneer u dit leest, maar er lijkt me geen betere plek om de zondagochtend door te brengen dan in het Paradijs. Geen gedoe met collectes en preken enzo maar gewoon lekker even wandelen in de Sysselt.

Dacht ik.

Want middenin het Paradijs zat een man op het bankje. Dat was al balen. Ik wil namelijk zelf even op dat bankje zitten maar zomaar naast een man gaan zitten in het Paradijs wekt misschien een verkeerde indruk. Bij die man bedoel ik natuurlijk want er is zeker niets mis mee als twee mannen elkaar ontmoeten midden in het bos op een bankje. Alleen niet voor mij. Ik zeg het er maar even bij he? Ik wil natuurlijk niemand tegen het hoofd stoten.

Enfin, ik liep al richting het bankje en de man keek naar mij. Ik wist al dat ik daar niet ging zitten maar mezelf omdraaien en weglopen vond ik ook geen optie dus ik liep door. De man bleek ook een hond te hebben. Een herdershond.

Een paar jaar geleden beet een andere herdershond mij in mijn kont terwijl ik de auto stond te wassen. Dat was de limit. Ik had het al niet op herdershonden maar nadat ik een week lang zijn tanden in mijn kont voelde was het voorbij, de liefde tussen mij en herdershonden.

De man in het bos keek naar zijn herdershond die inmiddels met een rotgang op mij kwam afrennen. Ik werd niet bang. Nou ja, eigenlijk werd ik wel bang. Een beetje dan. Mijn hond werd nog banger. Terwijl die k-hond keihard op me af sprintte voelde ik enorm de neiging om weg te kruipen. Het enige dat in de buurt was bleek mijn eigen hond en gek genoeg had die dezelfde neiging als ik. Mijn eigen hond won die wedstrijd. Ik liep dus maar door en deed een beetje stoer, mijn eigen hond met de staart tussen de benen achter mij aan.

Vlak voordat de herdershond mij en/of mijn hond zou vermorzelen tussen zijn getrainde kaken riep het baasje zijn hond. Ik weet het niet zeker meer maar volgens mij riep hij Siegal. Dat lijkt me een goede naam voor een herdershond, dat wel. Een bekende Duitse politicus uit de jaren ‘40 had ook een herdershond en het zo mij niet verbazen dat die hond ‘Siegal’ heette. Het is ook een acteur, Steven Siegal, die ik vooral ken uit gruwelijk slechte films. Van die films die je kijkt als je al tevreden bent dat er überhaupt wat beweegt op televisie op vrijdagavond na een weekje bikkelen op kantoor.

Siegal stopte en liep direct terug naar zijn baasje. Na een halve minuut liep ik langs het baasje die Siegal inmiddels aan een enorm brede ketting had gelegd. Het mannetje keek mij aan en zei: “Dat scheelde niet veel he? Hahaha”.

Het gebeurt me niet vaak maar ineens hoopte ik dat mijn eigen Labradoodle zichzelf zou transformeren tot een dinosaurus die het mannetje en zijn hond en het bankje in één hap zou opeten. Dat gebeurde niet. Ik glimlachte minzaam. Ik weet niet hoe dat er uitzag maar het was een minzame glimlach van iemand die blij was dat hij een minuut geleden niet zijn handen had verloren aan een bijtgrage herdershond. Een slecht gespeelde glimlach dus.

En toen dacht ik aan mijn vader. Des te lager het zelfbeeld van de man, des te groter de hond die hij aanschaft om zijn status te vergroten. Of hoe lager zijn zelfvertrouwen des te groter de auto die hij koopt. Of: of hoe ontevredener het mannetje des te meer hij bluft over zijn salaris. Dat bedoelde hij. Maar dat is geen spreekwoord of gezegde dat lekker loopt.

Het is dan wel geen goed Nederlands maar hij had wel gelijk, die vader van mij en ’t klinkt lekker: “Hoe kleiner de man, hoe groter de hond”.

 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.