Een half jaar weduwnaar

Is het nog maar een half jaar? Of is het alweer een half jaar? Een kleine groep, de ervaringsdeskundigen, kiest voor het eerste, een grotere groep kiest voor het tweede antwoord. In de 12 jaar tijd dat mijn allerliefste ziek was heb ik mijzelf wel eens afgevraagd hoe het zou zijn, om weduwnaar te zijn.

Nu weet ik het.

Het is anders dan ik dacht. En ik dacht dat ik het wist. Ik verloor mijn ouders en mijn schoonmoeder in drie maanden tijd. Het was even opletten hoe mijn kinderen en mijn vrouw zich hielden maar na een weekje ging ik weer aan het werk. En weer door!

Ik dacht dat ik na het overlijden van mijn allerliefste na twee maanden janken wel door zou kunnen gaan. Met wat dan ook. Dat valt tegen.

Rouw.

Echte rouw. Dat is iets anders dan je ouders moeten verliezen op het moment dat ze al ruim in de 80 waren. Het is een gevoel dat je pas kent als je het ervaren hebt. Het is een wirwar van emoties die je moet ontrafelen. Eén van die touwtjes die in die knoop zit, is woede. Zou mijn allerliefste nog in leven zijn als ze niet Marianne maar Maxima Zorreguieta van Oranje had geheten? Dan had ze nu nog geleefd. Er is geen Oranje die aan kanker is overleden.

Dan is er ontkenning. Ik heb twee maanden lang ontkent dat ze er niet meer is. Nu nog schrik ik soms dat ze er niet meer is. Dat ze dood is. De ochtenden zijn waardeloos. Ik word wakker naast een leeg bed. Het is koud. Tears in the morning.

Gelukkig schiet ik al snel ik een rol, een rol die ik nooit wilde spelen. Maar terwijl ik die rol speel komt de stilte, de stilte die keihard binnenkomt. Er is niets, er is niemand. Er zijn dagen dat ik mijn eerste woorden om twaalf uur spreek tegen de kassière van de supermarkt. “Ja, dank je wel. Fijne dag!”

Verdriet. Ook zo’n touwtje in de knoop die rouw heet. Na een half jaar slijt het een beetje, dat verdriet. Een beetje. Maar in de knoop van rouw wordt het ene touwtje dikker als het andere touwtje dunner wordt.

En het touwtje dat steeds dikker wordt, heet missen. Mijn God, wat mis ik mijn allerliefste. Wat ook niet echt vrolijk stemt uit gesprekken met lotgenoten is dat dat gevoel nog heel lang blijft. En met dat gemis komt het gevoel van onrechtvaardigheid. Ik betrap mezelf er op dat ik liever anderen aanwijs als een betere kandidaat om het tijdige met het eeuwige te verwisselen dan mijn lieve Marianne.

Fout. Ik weet het, maar het overkomt me.  

Dan is er de toekomst. Ik zie een lang en eenzaam leven voor me. Ik kan mezelf niet voorstellen dat ik mij kan hechten aan iemand anders dan mijn allerliefste. Heel primitief voelt het leven als een reis die je met z’n tweeën moet maken. Maar dat met iemand anders te gaan doen dan met Marianne voelt als verraad. En bovendien: ik wil dat gevoel van rouw nooit meer ervaren. Afscheid te moeten nemen van iemand van wie je zoveel houdt is afgrijselijk.

Wat wil ik hier allemaal mee zeggen? Hou elkaar vast. Hou elkaar vast alsof het je laatste avond samen is. En doe dat iedere dag en iedere avond. Doe wat ik niet deed.

Maar verder….gaat het wel weer. Een beetje.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *