Station Ede

Al een poosje luister ik op de radio naar Spitsbrekers, het programma waarin allemaal creatieve koppen proberen het spitsprobleem op te lossen. En toen kwam Corona. Geen file meer te bekennen, probleem opgelost!

Het is één van de weinige voordelen van Corona: we gaan minder reizen. En we hebben eigenlijk veel minder kantoorruimte nodig. Lelijke schoolgebouwen die maar een uur of dertig per week worden gebruikt? Dat kan minder!

Het woon-werk-schoolverkeer is zo ver teruggelopen dat er geen enkele vervoerder te vinden is die de Kippenlijn wil exploiteren omdat er zo weinig reizigers zijn die er gebruik van maken. Het kan verkeren: een paar jaar geleden wilden we het Kippenlijntje nog vier keer per uur laten rijden.

Tja.

Nu studenten steeds vaker online onderwijs volgen, kantoormensjes lekker thuis achter de pc werken en we de vakantie in Rundumhausen en Arrière-Cour doorbrengen wordt het misschien eens tijd om anders naar de toekomst te kijken.

Wat hebben we nog nodig? Zijn onze geplande investeringen nog wel noodzakelijk? Want we betreden het tijdperk A.C., After Corona. Het beste voorbeeld voor Ede is het station. Alhoewel er niemand nog gelooft dat er 360.000 bezoekers naar het WFC komen, en zeker niet met de trein, denken we nog steeds dat we een nieuw station nodig hebben.

Eg nie!

We kunnen een hoop geld in de gemeentezak houden als we een paar jaar wachten. Kijken of het wel nodig is. Groter is niet altijd beter en geld en goede smaak gaan zelden samen dus misschien kan het wel een onsje minder.

Voor de 81 miljoen die in eerste instantie beschikbaar was bleek geen bouwer te vinden die het ding wilde bouwen. Daar zal wel een miljoen of tien bij moeten en tegelijkertijd zal er ook nog het nodige af moeten van het station zelf, om het een stukje goedkoper te maken, waarschijnlijk met de zaken die het nieuwe station zo mooi maken.

Maar er rijdt een trein met plannen en die trein rijdt door. Er wordt niet meer gekeken naar de wereld om de trein heen. De wereld die verandert. Er is niemand die de trein durft te stoppen. Maar misschien hoeft station Ede in de toekomst helemaal geen 17.000 reizigers per dag te verwerken. Worden het er maar de helft en blijkt een nieuw station helemaal niet nodig.

Rustig in de trein gaan zitten en wachten tot het eindstation wordt bereikt is het makkelijkst. Het vraagt moed en durf om die trein te stoppen en nog eens opnieuw na te denken. Dat vraagt veel van een bestuurder. Als reiziger ben je dankbaar voor een treinbestuurder die op het juiste moment aan de rem trekt om ongelukken te voorkomen. Financiële ongelukken bijvoorbeeld.

In Ede hebben we ook een aantal bestuurders. Laat die bestuurders eens lekker met de benen op tafel vergaderen en zichzelf de vraag stellen: hebben we dat nieuwe station nou echt wel nodig en hebben we ballen genoeg om op de rem te trappen?

Of gaan we lekker achter in de trein zitten en stiekem hopen dat je straks het lintje door mag knippen om vervolgens de rekening door te schuiven naar de toekomst?

Ik ben bang dat de Edese treinmachinisten in de laatste categorie zitten.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.